Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Afdeling 1

Artikel 5:8

Parkeren van grote voertuigen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening

1. Het is gelet op de aantasting van het uiterlijk aanzien van de gemeente en met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter binnen de gemeente te parkeren. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor daartoe door het college aangewezen plaatsen. 3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet gedurende de tijd, die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden, waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is 4. Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen. 5. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden (als bedoeld in artikel 5:6, eerste lid) wordt gebruikt. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel