In deze afdeling wordt verstaan onder:
horecabedrijf : de voor het publiek toegankelijke, besloten
ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden
geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie
worden bereid of verstrekt. Onder een horecabedrijf worden
in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension,
café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis
alsmede een bij dit bedrijf behorend terras en de andere
aanhorigheden.
terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting
liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of
zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding
dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe
consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.
houder: degene die een horecabedrijf exploiteert op grond
van het bepaalde in artikel 2.3.2 of 2.3.3.
Deze paragraaf verstaat niet onder bezoekers:
gezinsleden van de houder, alsmede zijn elders wonende
bloed‑ en
aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot
en met de derde graad;
personen die voorkomen in het register als bedoeld in
artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen
bedoeld in artikel 438, derde lid, van het Wetboek van
Strafrecht;
personen wier de aanwezigheid in de inrichting wegens
dringende redenen noodzakelijk is.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 3
Artikel 2.3.1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Goes 2010