**1..** Het is de eigenaar of de houder van een hond verboden die hond
te laten verblijven of te laten lopen op of aan de weg of op het
terrein van een ander:
anders dan kort aangelijnd, nadat het college aan de
eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die
hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod
in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk
vindt;
banders dan kort aangelijnd en voorzien van een
muilkorf, nadat het college aan de eigenaar of de houder
heeft bekendgemaakt, dat het die hond gevaarlijk of
hinderlijk acht en een aanlijn‑ en muilkorfgebod in
verband met het gedrag van die hond noodzakelijk
vindt.
**2..** In afwijking van artikel 2.4.13 aanhef en onder c, geldt voor
het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien
moet zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar
identificatiekenmerk in het oor of de buikwand.
**3..** In het eerste lid wordt verstaan onder:
kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met
een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet
langer is dan 1,50 meter.
muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel I, onder
d, van de Regeling agressieve dieren
**4..** Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
onderwerp wordt voorzien door de
Regeling agressieve dieren.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 4
Artikel 2.4.15
Gevaarlijke honden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Goes 2010