**1..** Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan
behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en
overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen
moet worden herplant.
**2..** Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan
kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
worden vervangen.
**3..** Een omgevingsvergunning wordt verleend onder de
standaardvoorwaarde van feitelijk niet-gebruik tot 6 weken na de
datum van bekendmaking aan de aanvrager, oftewel tot het moment
dat beslist is op een verzoek om een voorlopige
voorziening;
**4..** Het bevoegd gezag kan bij het onder voorschriften verlenen van
de omgevingsvergunning als criterium de boomwaarde
hanteren.
**5..** De omgevingsvergunning vervalt, indien van de
omgevingsvergunning niet binnen een jaar na het van kracht
worden daarvan gebruik is gemaakt. In het geval het een
omgevingsvergunning voor het vellen van meer dan één boom
betreft, is de omgevingsvergunning voor alle bomen één jaar
geldig na het van kracht worden, ook als in fasen geveld wordt
of één boom of enkele bomen al geveld zijn.
HOOFDSTUK 4 › Afdeling 3
Artikel 4.3.5
Bijzondere omgevingsvergunningsvoorschriften
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Goes 2010