Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan
de weg of aan een openbaar water dan wel op een andere - al
dan niet met enige beperking - voor publiek toegankelijke en
in de openlucht gelegen plaats:
met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander
middel een standplaats in te nemen of te hebben
teneinde in de uitoefening van de handel goederen te
koop aan te bieden dan wel diensten aan te
bieden;
anderszins goederen uit te stallen of uitgestald te
hebben om deze te koop aan te bieden, te verkopen of
te verstrekken aan publiek.
Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te
staan, dat daarop zonder vergunning van het college
standplaats wordt of is ingenomen of goederen worden of zijn
uitgestald als bedoeld in het eerste lid.
Het in het eerste lid, onder b, gestelde verbod geldt niet
ten aanzien van het uitgestald hebben van gedrukte of
geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden
geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
Grondwet.
De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
op de plaats die is aangewezen voor het houden van een
markt, zulks gedurende de tijden dat de markt gehouden
wordt, voor een evenement als bedoeld in artikel 2.2.1, of
voor het organiseren van een markt als bedoeld in artikel
5.2.2.
De vergunning kan overminderd het bepaalde in artikel 1.7
worden geweigerd:
indien de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in
verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke
eisen van welstand;
vanwege de strijd met een geldend
bestemmingsplan.
a. Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening Zeeland.
b.De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder b, geldt niet
voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
door de Wet milieubeheer;
Het college houdt de beslissing op een aanvraag voor een
standplaatsvergunning aan, indien de aanvraag een activiteit
betreft waarvoor tevens een vergunning als bedoeld in
artikel 8.1 van de Wet milieubeheer is vereist en indien
geen toepassing kan worden gegeven aan het vijfde lid, tot
de dag waarop de beslissing is genomen op de aanvraag
vergunning Wet milieubeheer.