De hoogte en duur van de maatregel bij gedragingen genoemd in artikel 10
Onverminderd artikel 3, tweede lid, wordt de maatregel vastgesteld op: a. 5% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie; b. 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie; c. 20% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie; d. 100% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie.
De duur van de maatregel bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van het besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie.
De duur van de laatst opgelegde maatregel wordt nogmaals verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van het besluit waarbij reeds sprake was van recidive, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie, bedoeld in artikel 10.
Voor de toepassing van het tweede en derde lid wordt het besluit waarbij een maatregel is opgelegd gelijkgesteld aan het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 6, tweede lid.