**1.** In bij ministeriële regeling bepaalde gevallen legt het bevoegd gezag een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3.1 voor advies voor aan de minister. De gevallen, bedoeld in de eerste volzin, kunnen onder meer betreffen het afbreken van een beschermd monument, het reconstrueren van een beschermd monument en het geven van een nieuwe bestemming aan een beschermd monument.
**2.** In deze gevallen zendt het bevoegd gezag een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) voor advies.
**3.** Indien lid 1 en 2 van toepassingen zijn en de aanvraag een beschermd monument betreft dat buiten de krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde bebouwde kom ligt, zendt het bevoegd gezag een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning aan Gedeputeerde Staten voor advies.
**4.** In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, adviseert de minister schriftelijk over de aanvraag binnen twee maanden na de datum van verzending van het afschrift.
**5.** In de gevallen, bedoeld in het derde lid, adviseert Gedeputeerde Staten schriftelijk over de aanvraag binnen twee maanden na de datum van verzending van het afschrift.
**6.** Bij overschrijding van de in het vierde of vijfde lid genoemde termijn wordt de Minister of Gedeputeerde Staten geacht geen overwegende bezwaren te hebben en positief te hebben geadviseerd.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3
Advies Minster (RCE) en Gedeputeerde Staten inzake een vergunning voor een beschermd (rijks)monument
Onderdeel van Erfgoedverordening Leudal 2011