**1..** De aanvraag om vergunning voor het slopen van een bouwwerk in een gemeentelijk dorpsgezicht als bedoeld in artikel 5.4 tweede lid van deze verordening en artikel 2.2 eerste lid sub b en/of c van de Wabo dient vergezeld te gaan van de gegevens en bescheiden die zijn aangegeven in artikel 6.2 van De Mor.
**2..** Om aannemelijk te maken dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd is het noodzakelijk dat gelijktijdig met de aanvraag als bedoeld in het eerste lid tevens een vergunning wordt gevraagd tot het oprichten van een nieuw bouwwerk op de plaats van het te slopen bouwwerk, tenzij het naar oordeel van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit vanwege historisch-ruimtelijke overwegingen niet noodzakelijk is om op de plaats van het te slopen bouwwerk een nieuw bouwwerk op te richten.
**3..** Indien het af te breken bouwwerk naar oordeel van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit cultuur- of bouwhistorische waarden bevat, kan college van burgemeester en wethouders een onderzoek (sloopdocumentatie) van de aanvrager verlangen waarin het te slopen object is gedocumenteerd. De diepgang van dit onderzoek is afhankelijk van de aanwezige cultuurhistorische waarden.
**4..** De aanvraag om vergunning voor
het wijzigen van een gemeentelijk dorpsgezicht als bedoeld in artikel 5.4 derde lid van deze verordening en artikel 2.2. eerste lid sub b van de Wabo, en
het uitvoeren van werkzaamheden in een gemeentelijk dorpsgezicht als bedoeld in artikel 2.1. eerste lid sub b van de Wabo, in gevallen dat in een beschermend bestemmingsplan als bedoeld in artikel 5.3a van deze verordening is bepaald, dient, voor zover de aanvraag betrekking heeft op bouwen, vergezeld te gaan van de gegevens en bescheiden die zijn aangegeven in hoofdstuk 2 van de Mor.
**5..** De aanvraag om vergunning voor
het wijzigen van een gemeentelijk dorpsgezicht als bedoeld in artikel 5.4 derde lid van deze verordening en artikel 2.2. eerste lid sub b van de Wabo en
het uitvoeren van werkzaamheden in een gemeentelijk dorpsgezicht als bedoeld in artikel 2.1. eerste lid sub b van de Wabo, in gevallen dat in een beschermend bestemmingsplan als bedoeld in artikel 5.3a van deze verordening is bepaald,
dient, voor zover de aanvraag betrekking heeft op het uitvoeren van een werkzaamheden, geen bouwwerk zijnde, vergezeld te gaan van de gegevens en bescheiden die zijn aangegeven artikel 3.1, 7.5 en/of artikel 7.6 van de Mor.
**6..** Voor de aanvraag om vergunning voor het uitvoeren van specifieke (bouw)werkzaamheden in een gemeentelijk dorpsgezicht als bedoeld in artikel 2.1. eerste lid sub b van de Wabo, in gevallen dat in een beschermend bestemmingsplan als bedoeld in artikel 5.3a van deze verordening is bepaald, waarvan de in te dienen gegevens en bescheiden niet in de Mor zijn vermeld, geeft het college aan welke specifieke gegevens en bescheiden moeten worden ingediend.
**7..** Indien ten gevolge van de aanvraag als bedoeld in het vierde t/m zesde lid cultuurhistorische waarden in het geding zijn, kan het bevoegd gezag een onderzoek van de aanvrager verlangen. De diepgang van dit onderzoek is afhankelijk van de aanwezige cultuurhistorische waarden.
**8..** Het college kunnen richtlijnen of beleidsregels vaststellen waarin is aangegeven bij welke van de in het zevende lid bedoelde ingrepen welk soort onderzoek nodig is.
**9..** Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, zal het bevoegd gezag de aanvrager hiervan binnen een termijn van 4 weken na ontvangst van de aanvraag in kennis stellen en de aanvrager in de gelegenheid stellen om de aanvraag aan te vullen.
**10..** De termijn als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht voor het aanvullen van de aanvraag als bedoeld in lid 1, bedraagt 4 weken.
**11.** Indien door de samenloop met andere nog aan te vullen gegevens meer tijd nodig is, kan het bevoegd gezag voor het aanvullen van de gegevens een andere redelijke termijn bepalen en doet hiervan mededeling aan de aanvrager.
**12.** Indien de gevraagde aanvullende gegevens als bedoeld in lid 9, niet tijdig of niet volledig worden ingediend, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 2
Artikel 5.5
De aanvraag voor het geheel of gedeeltelijk afbreken van bouwwerken in een gemeentelijk dorpsgezicht of het wijzigen van een gemeentelijk dorpsgezicht
Onderdeel van Erfgoedverordening Leudal 2011