Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 2

Artikel 6.5

De aanvraag voor het uitvoeren van werkzaamheden aan een gemeentelijk groen- en landschapsmonument

Onderdeel van Erfgoedverordening Leudal 2011

1.. De aanvraag om vergunning voor het uitvoeren van werkzaamheden aan een gemeentelijk groenmonument als bedoeld in artikel 6.4 tweede lid van deze verordening en artikel 2.2. eerste lid sub b van de Wabo en het uitvoeren van werkzaamheden aan een gemeentelijk groenmonument als bedoeld in artikel 2.1. eerste lid sub b van de Wabo, in gevallen dat in een beschermend bestemmingsplan is bepaald, dient, voor zover de aanvraag betrekking heeft op het kappen, verplaatsen, snoeien of in enig opzicht te wijzigen op een dusdanige wijze, dat het mogelijk wordt ontsierd of in gevaar gebracht, vergezeld te gaan van de gegevens en bescheiden die zijn aangegeven artikel 7.5 van de Mor. 2.. De aanvraag om vergunning voor Het uitvoeren van werkzaamheden aan een gemeentelijk landschapsmonument als bedoeld in artikel 6.4 tweede lid van deze verordening en artikel 2.2. eerste lid sub b van de Wabo en het uitvoeren van werkzaamheden aan een gemeentelijk landschapsmonument als bedoeld in artikel 2.1. eerste lid sub b van de Wabo, in gevallen dat in een beschermend bestemmingsplan is bepaald, dient, voor zover de aanvraag betrekking heeft op aanlegactiviteiten en/of grondwerkzaamheden, vergezeld te gaan van de gegevens en bescheiden die zijn aangegeven artikel 3.1 en 5.5 van de Mor. 3.. Voor de aanvraag om vergunning voor het uitvoeren van specifieke werkzaamheden aan een gemeentelijk groen of landschapsmonument als bedoeld in artikel 2.1. eerste lid sub b van de Wabo, waarvan de in te dienen gegevens en bescheiden niet in de Mor zijn vermeld, geeft het college aan welke specifieke gegevens en bescheiden moeten worden ingediend. 4.. Indien ten gevolge van de aanvraag als bedoeld in het eerste t/m het derde lid cultuurhistorische waarden in het geding zijn, kan het bevoegd gezag een onderzoek van de aanvrager verlangen. De diepgang van dit onderzoek is afhankelijk van de aanwezige cultuurhistorische waarden. 5.. Het college kunnen richtlijnen of beleidsregels vaststellen waarin is aangegeven bij welke van de in het vierde lid bedoelde ingrepen welk soort onderzoek nodig is. 6.. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, zal het bevoegd gezag de aanvrager hiervan binnen een termijn van 4 weken na ontvangst van de aanvraag in kennis stellen en de aanvrager in de gelegenheid stellen om de aanvraag aan te vullen. 7.. De termijn als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht voor het aanvullen van de aanvraag als bedoeld in lid 1, bedraagt 4 weken. 8.. Indien door de samenloop met andere nog aan te vullen gegevens meer tijd nodig is, kan het bevoegd gezag voor het aanvullen van de gegevens een andere redelijke termijn bepalen en doet hiervan mededeling aan de aanvrager. 9.. Indien de gevraagde aanvullende gegevens als bedoeld in lid 6, niet tijdig of niet volledig worden ingediend, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel