Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:1. Het voeren van saldo- en liquiditeitenbeheer is erop gericht uit kostenoverwegingen grote tekorten of overschotten van liquide middelen te vermijden. De gemeente streeft hierbij naar concentratie van de overtollige liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities;2. Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij mag –conform artikel 4 lid 1- de kasgeldlimiet niet worden overschreden;3. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening courant;4. Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar zijn rekening-courant, daggeld, spaarrekeningen en deposito’s;5. Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn slechts de in artikel 6 genoemde tegenpartijen toegestaan;6. De gemeente vraagt offertes alvorens middelen worden aangetrokken of uitgezet met een looptijd korter dan één jaar.