**1.** Het is verboden om zonder vergunning of in strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften de bodem dieper dan 40 cm onder de oppervlakte te verstoren.
**2.** Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien;a. het een verstoring betreft van een gemeentelijk archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidskaart en waarbij die verstoring plaatsvindt:• In een gebied met lage archeologische verwachtingswaarde;• In een gebied met de aanduiding archeologie 4 (WR-a4), waarbij de verstoring niet dieper gaat dan het aanwezige kleidek en waarvan het oppervlakte minder is dan 500 m2;• In een gebied met de aanduiding archeologie 3 (WR-a3), waarbij de verstoring dieper gaat dan 40 cm en waarvan het oppervlakte minder is dan 200 m2;• In een gebied met de aanduiding archeologie 2 (WR-a2), waarbij de verstoring dieper gaat dan 40 cm onder het maaiveld en het te verstoren oppervlak minder is dan 100 m2.• In een gebied met de aanduiding archeologie 1 (WR-a1), waarbij de verstoring dieper gaat dan 40 cm onder het maaiveld en het te verstoren oppervlak minder is dan 15 m2.b. in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg.c. in een ontheffingsbesluit als bedoeld in de artikelen 3.6 eerste lid onder c, 3.22 en 3.23 van de Wet ruimtelijke ordening voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg;d. in een sloopvergunning als bedoeld in artikel 3.20 van de Wet ruimtelijke ordening of in een sloopvergunning als bedoeld in artikel 37 van de Monumentenwet 1988 voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorge. het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op gemeentelijke archeologische beleidskaart;f. een rapport is overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat:• de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of• in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.
Hoofdstuk 5
Artikel 14
Instandhoudingbepaling
Onderdeel van Monumenten (erfgoed) verordening gemeente Oldambt