1.Het college verstrekt aan belanghebbenden die onbeloonde additionele werkzaamheden verrichten conform artikel 10a, zesde lid van de wet een premie waarvan de hoogte door het college wordt bepaald in paragraaf 9.2 van de Beleidsregels re-integratie Wwb en Wwik
Het recht op een premie als bedoeld in het eerste lid wordt elke zes maanden beoordeeld.
De premie wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat de belanghebbende de aan de onbeloonde additionele werkzaamheden verbonden verplichtingen in de voorafgaande zes maanden heeft geschonden.
Onverminderd het eerste lid komen ook personen als bedoeld in artikel 7, derde lid van de wet voor een premie in aanmerking indien zij aan alle voorwaarden voldoen.
Voor zover de belanghebbende niet beschikt over een startkwalificatie wordt binnen 6 maanden na aanvang van de onbeloonde additionele werkzaamheden door het college bekeken in hoeverre scholing of opleiding kan bijdragen aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces.
Het college betrekt bij deze beoordeling:
het oordeel van degene in wiens opdracht de belanghebbende de additionele werkzaamheden uitvoert;
de scholingswens van de belanghebbende.