**1..** Alle besluiten tot het intrekken, wijzigen en terugvorderen van een subsidie op grond van deze verordening worden genomen door het college.
**2..** Met betrekking tot de intrekking en de wijziging van het besluit tot verlening en het besluit tot vaststelling van de subsidie zijn de artikelen 4:48, 4:49 en 4:50 van de Awb onverkort van toepassing.
**3..** Met betrekking tot de terugvordering van de subsidie is artikel 4:57 Awb onverkort van toepassing.
**4..** De bedragen die gemoeid zijn met het intrekken, wijzigen of terugvorderen vloeien terug naar het stedelijke vernieuwingsbudget.
Hoofdstuk 2 Ontwikkelingssubsidie
artikel 2.1. Subsidie voor een investeringsplan
Het college kan aan een subsidieaanvrager een ontwikkelingssubsidie verstrekken voor in een investeringsplan opgenomen maatregelen gericht op de fysieke leefomgeving, met uitzondering van maatregelen betreffende bodemsanering.
Ontwikkelingssubsidie wordt slechts verstrekt indien er sprake is van een door de subsidieaanvrager te omschrijven tekort bij een investeringsplan.
Het investeringsplan bevat onder andere:
een beschrijving van de door middel van stedelijke vernieuwing op te lossen problemen;
een samenhangend pakket van op stedelijke vernieuwing gerichte (integrale) maatregelen met daarbij de motivering van de keus voor die maatregelen;
een overzicht op welke wijze en in welke mate aan de gemeentelijke doelstellingen van stedelijke vernieuwing wordt bijgedragen;
een overzicht op welke wijze en met welk resultaat overleg met betrokken partijen heeft plaatsgevonden;
binnen welke termijn het plan in zijn totaliteit en binnen welke termijnen de onderscheiden onderdelen of doelstellingen van het plan zullen worden uitgevoerd;
een financiële paragraaf, waarin in elk geval is opgenomen een begroting van inkomsten en uitgaven, onderverdeeld naar investeerders en naar soort van activiteiten in het gebied waarop het plan betrekking heeft.
Subsidieaanvragen voor de uitvoering en realisering van een fysieke maatregel worden getoetst aan Rijks- en gemeentelijke beleidsvoornemens zoals die zijn opgenomen in het MOP, in het bijzonder met betrekking tot:
ligging in vernieuwingsgebieden;
doelstellingen zoals vastgelegd in voornoemd ISV programma;
financiële efficiëntie;
mate van integrale opzet.
De aanvrager dient te allen tijde een samenwerkingsovereenkomst te sluiten met de overige partijen die bij de uitvoering van de investering zijn of worden betrokken en deze dient door ieder van hen te worden ondertekend.
In de overeenkomst worden in elk geval de wederzijdse verplichtingen, taken, verantwoordelijkheden en ieders financiële bijdrage aan de investering vastgelegd.
Veranderingen tijdens de uitvoering van het project moeten worden gemeld aan het college; zij kunnen slechts met subsidie worden uitgevoerd nadat het college met de veranderingen schriftelijk heeft ingestemd.
Hoofdstuk 3 Overige subsidies
Paragraaf 3.1 Maatregelen particuliere Woningen
artikel 3.1.1. Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
bouwplan: de opsomming van de bouwkundige maatregelen, zoals die op het door college voorgeschreven formulier zijn vermeld, vergezeld van alle voorgeschreven gegevens zoals vereist op grond van deze verordening;
cascoherstel:
herstel van de funderingen;
herstel of vervanging van dragende wanden, van gevels, van buitenkozijnen en van buitenramen en buitendeuren;
herstel of vervanging van dakconstructies inclusief dakbedekking, goten en hemelwaterafvoer, dakkapeldaken ingrepen;
herstel dan wel vervanging van vloerconstructies, balkons en galerijen inclusief hekken en borstweringen;
herstel of vervanging van rookkanalen binnen- en buitendaks;
herstel of vervanging van de binnenhuisriolering tot 50 cm buiten de gevel van de woning;
herstel of vervanging van de gas- en water- en elektrische leiding, waaronder mede begrepen het vervangen van loden drinkwaterleidingen voor zover aanwezig in de woning;
opheffing van optrekkend en/of doorslaand vocht en van overmatig condensvocht, voor zover dit condensvocht wordt veroorzaakt door de bouwkundige constructie;
eigenaar: de eigenaar alsmede de opstaller, de erfpachter, de gerechtigde tot een appartementsrecht of degene aan wie door een rechtspersoon een deelnemings- of lidmaatschapsrecht is verleend dat recht geeft op gebruik van een woning;
eigendom: de eigendom alsmede het recht van opstal, het erfpachtrecht, het appartementsrecht of het door een rechtspersoon verleend deelnemings- of lidmaatschapsrecht dat recht geeft op gebruik van een woning;
programma van eisen: het door college vastgestelde programma van eisen;
vernieuwingsgebied: een door de raad als zodanig aangewezen gebied;
woning: een woongebouw en een afzonderlijk gedeelte van een gebouw, welk gedeelte tot bewoning is bestemd. Woningen en woonruimten die eigendom zijn van toegelaten instellingen worden hieronder niet begrepen.
artikel 3.1.2. Doel van subsidie
Op grond van deze paragraaf kan het college subsidie verstrekken ten behoeve van:
cascoherstel van aangewezen woningen in vernieuwingsgebieden;
cascoherstel van een gebouw, niet zijnde een woning, gelegen tussen aangewezen woningen;
andere maatregelen ten aanzien van de woningen voor zover deze passen in de stedelijke vernieuwingsdoelstelling en gericht zijn op verbeteren/aanpassen van de gebruiksmogelijkheden van de woning;
het faciliteren van het eigen onderhoud van de woning;
het verbeteren van het beheer en onderhoud van appartementen;
het verbeteren van het functioneren van Verenigingen voor Eigenaren.
artikel 3.1.3. Toepassingsbereik en voorwaarden
Het college wijst gebieden aan waarop deze paragraaf van toepassing is.
Het college stelt een plan vast waarin:
de maatregelen worden omschreven die in het aangewezen gebied zullen worden uitgevoerd;
de subsidiegerechtigden worden aangewezen;
de hoogte van de subsidie wordt bepaald en in geval van cascoherstel het subsidiepercentage voor cascoherstel wordt vastgesteld.
Het college stelt voor cascoherstel een programma van eisen vast waaraan woningen na het treffen van voorzieningen moeten voldoen. Dit programma van eisen kan voor concrete vernieuwingsgebieden door het college worden aangevuld en gewijzigd.
Het college kan voor de uitvoering van deze paragraaf nadere regels vaststellen met betrekking tot:
de wijze waarop, bij een gemeenschappelijke aanpak, de uitvoering van de werkzaamheden juridisch en financieel wordt georganiseerd.
Het college kan ter uitvoering van deze paragraaf met alle betrokken partijen nadere overeenkomsten aangaan en/of convenanten sluiten.
Het college kan in het belang van de ontwikkeling en voortgang van plannen als bedoeld in deze paragraaf privaatrechtelijke rechtshandelingen aangaan.
artikel 3.1.4. Verlenen van subsidie voor cascoherstel
De subsidie wordt verstrekt als bijdrage ineens met een maximum van 50% van de goedgekeurde kosten van de voorzieningen. De subsidie bedraagt maximaal € 17.500,-
De subsidie wordt slechts verstrekt indien de goedgekeurde kosten van de voorzieningen meer dan € 2.500,00 bedragen.
De subsidie wordt berekend over de goedgekeurde kosten van de voorzieningen aan het cascoherstel en de verbouwen die worden gemaakt ter zake van:
de aanneemsom voor het verrichten van de werkzaamheden;
de risicoverrekening van loon- en materiaalprijsstijgingen, met inachtneming van het bepaalde in de Risicoregeling 1991;
het architectenhonorarium;
het toezicht op de uitvoering;
de aansluiting op de nutsvoorzieningen;
de leges voor de bouwvergunning;
begeleidingskosten, indien dit in het aanwijzingsbesluit is voorzien; (artikel 3.1.3, leden 1, 2 en 4);
verhuis- en herinrichtingskosten, indien en voor zover dit in het plan is voorzien; (artikel 3.1.3, leden 1, 2 en 3);
kosten bouwplanadvisering;
onderzoek en adviezen op het gebied van constructies of op installatietechnisch of bouwfysisch gebied;
administratieve kosten;
de kosten van een bouwtechnisch garantiecertificaat, welke kosten worden verminderd met eventueel verkregen of te verkrijgen geldelijke steun ten behoeve van het treffen van geluidwerende maatregelen;
de kosten voor grondonderzoek, dat noodzakelijk is in verband met het verkrijgen van een bouwvergunning;
op de kosten, bedoeld in het vorige lid worden in mindering gebracht de kosten van een energie- besparende maatregelen waarvoor op grond van enige andere subsidieregeling subsidie kan worden verkregen.
Indien en voor zover de werkzaamheden, verbonden aan het treffen van de voorzieningen, worden verricht door de eigenaar, worden onder de kosten van de voorzieningen slechts begrepen de materiaalkosten, het architectenhonorarium, de aansluiting op de nutsvoorzieningen, de leges voor de bouwvergunning en onderzoeken en adviezen op het gebied van constructies of op installatie- technisch of bouwfysisch gebied.
De subsidieontvanger dient het cascoherstel binnen twee jaar te voltooien en binnen zes maanden na voltooiing gereed te melden (eindverantwoording).
Ingeval van brandschade worden de kosten van de voorzieningen berekend aan de hand van de kosten van de voorzieningen minus de verzekeringspenningen.
De subsidie wordt verstrekt onder de voorwaarde dat gedurende tien jaar:
de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, de woning deugdelijk zal onderhouden en geconstateerde bouwkundige gebreken onverwijld zal (laten) herstellen;
de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, de eigendom van de woning niet laat overgaan op een derde tenzij voor een zodanige eigendomsoverdracht vooraf door het college toestemming is verleend;
de woning waaraan de voorzieningen zijn getroffen niet wordt gesloopt of aan de bestemming tot woning wordt onttrokken, dan wel wordt onttrokken aan de bestemming om gedurende het gehele jaar door dezelfde persoon of personen te worden bewoond.
De toestemming, bedoeld in het zevende lid onder b, wordt verleend indien:
bij de eigendomsoverdracht de voorwaarden en verplichtingen, zoals in deze verordening en de subsidiebeschikking bepaald, mede worden overgedragen, en,
leningen welke, ter financiering van de kosten van de voorzieningen, door de eigenaar dan wel de rechtsopvolger, zijn aangegaan en waarbij de betaling van rente en aflossing door of vanwege de gemeente op enigerlei wijze is gegarandeerd, voor de eigendomsoverdracht, algeheel worden afgelost.
artikel 3.1.5. Verlenen van subsidie bij andere maatregelen
Voor de maatregelen als bedoeld in artikel 3.1.2, onder c, d, e en f wordt slechts subsidie verleend op basis van een door het college vastgesteld plan zoals genoemd in artikel 3.1.3, lid 2. In dat plan worden de te nemen maatregelen omschreven en de subsidiegerechtigden aangewezen.
De subsidie wordt slechts verleend:
indien aanvrager blijkens het plan subsidiegerechtigd is;
indien de maatregelen waarvoor subsidie wordt gevraagd voldoen aan de in het plan omschreven eisen;
indien de subsidie niet hoger is dan in het plan is aangegeven.
Het college kan aan het verlenen van de subsidie voorwaarden verbinden die strekken tot het bereiken van het met plan beoogde doel.
Paragraaf 3.2 Nieuwe woonruimte in bestaande panden
artikel 3.2.1. Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
bouwplan: de opsomming van de bouwkundige maatregelen, zoals die op het door college voorgeschreven formulier zijn vermeld, vergezeld van alle voorgeschreven gegevens zoals vereist op grond van deze verordening;
eigenaar: de eigenaar alsmede de opstaller, de erfpachter, de gerechtigde tot een appartementsrecht of degene aan wie door een rechtspersoon een deelnemings- of lidmaatschapsrecht is verleend dat recht geeft op gebruik van een woning;
eigendom: de eigendom alsmede het recht van opstal, het erfpachtrecht, het appartementsrecht of het door een rechtspersoon verleend deelnemings- of lidmaatschapsrecht dat recht geeft op gebruik van een woning;
programma van eisen: het door college vastgestelde programma van eisen;
woning: een woongebouw en een afzonderlijk gedeelte van een gebouw, welk gedeelte tot bewoning is bestemd. Woningen en woonruimten die eigendom zijn van toegelaten instellingen worden hieronder niet begrepen;
ingrijpend verbeteren bestaande woningen: het weer voor bewoning geschikt maken van oorspronkelijke woningen die niet meer als zodanig in gebruik zijn en niet voor bewoning geschikt zijn, inclusief het maken van een eigen toe- en opgang voor deze woningen;
artikel 3.2.2. Doel van subsidie
Op grond van deze paragraaf kan het college subsidie verstrekken ten behoeve van het onrendabele deel van de investering om woonruimte te maken in bestaande panden en het ingrijpend verbeteren van woningen in bestaande panden.
Onder onrendabel deel van de investering in lid 1 wordt verstaan: dat deel van de investering in nieuwe woonruimte en ingrijpende verbetering van woningen dat blijkens een door het college voorgeschreven rekenmethode voor de eigenaar niet lonend is. Onderdeel van de berekening is in ieder geval een kosten / kwaliteitstoets en een toets van de vraagprijs (huur/koop) van de nieuwe/verbeterde woning.
Indien uit de gereedmelding blijkt, dat de werkelijke (ver)bouwkosten lager zijn dan de kosten opgenomen in de aanvraag om subsidie op basis waarvan de subsidie is verleend, zal het subsidiebedrag worden vastgesteld op het verleende subsidiebedrag verminderd met het verschil tussen de kosten opgenomen in de subsidie-aanvraag en de werkelijke kosten.
artikel 3.2.3. Toepassingsbereik en voorwaarden
Voor de subsidie komen slechts in aanmerking bouwplannen die zijn opgenomen op een door het college vastgesteld meerjarenprogramma.
Het meerjarenprogramma kan door het college tussentijds worden gewijzigd.
Het college voert op het meerjarenprogramma slechts projecten op die naar zijn oordeel kwalitatief een wenselijke bijdrage leveren aan de woningvoorraad in de binnenstad.
Het college stelt een programma van eisen vast ten behoeve van het maken van woonruimte en het ingrijpend verbeteren van woningen in bestaande panden.
Het college kan nadere eisen stellen aan de uitvoering van het bouwplan.
artikel 3.2.4. Subsidievoorwaarden
De plannen voor de nieuwe en te verbeteren woningen moeten voldoen aan het program van eisen als bedoeld in artikel 3.2.3, lid 4.
In voorkomende gevallen kan het college afwijkingen van het program van eisen toestaan als de aard, de omvang en/of de situering van het pand waarin de woningen worden gerealiseerd daartoe aanleiding geven.
het college kan nadere eisen stellen aan de uiterlijke verschijningsvorm van de gevel van het pand.
De subsidie wordt verstrekt onder de voorwaarde dat gedurende tien jaar:
de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, de woning deugdelijk zal onderhouden en geconstateerde bouwkundige gebreken onverwijld zal (laten) herstellen;
de woning niet wordt gesloopt of aan de bestemming tot woning wordt onttrokken, dan wel wordt onttrokken aan de bestemming om gedurende het gehele jaar door dezelfde persoon of personen te worden bewoond.
artikel 3.2.5. Verlenen van
subsidie voor plankosten
Het college kan ten behoeve van het ontwikkelen van plannen voor het maken van woonruimte in bestaande panden en het ingrijpend verbeteren van woningen in bestaande panden (haalbaarheidsonderzoek) aan de eigenaar subsidie als bijdrage ineens verstrekken. De subsidie bedraagt:
ten hoogste € 2.500,- wanneer de kosten van de voorzieningen meer zullen bedragen dan € 50.000,- maar een bedrag van € 100.000,- niet zullen overschrijden;
ten hoogste € 5.000,- wanneer de kosten van de voorzieningen meer zullen bedragen dan € 100.000,-.
De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verstrekt indien:
het college heeft verklaard dat overeenstemming bestaat over de planvoorbereiding;
de eigenaar heeft verklaard dat indien het plan niet wordt uitgevoerd het geheel of ten dele ontwikkelde plan aan de gemeente ter beschikking wordt gesteld en haar eigendom wordt
Indien het haalbaarheidsonderzoek, bedoeld in het eerste lid, leidt tot het treffen van voorzieningen aan het pand dan wordt de verstrekte plankostensubsidie in aanmerking genomen bij het opstellen van de berekening als bedoeld in artikel 3.2.2, tweede lid.
Paragraaf 3.3 Monumenten
artikel 3.3.1. Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
cascoherstel:
herstel van de funderingen;
herstel of vervanging van dragende wanden, van gevels, van buitenkozijnen en van buitenramen en buitendeuren;
herstel of vervanging van dakconstructies inclusief dakbedekking, goten en hemelwaterafvoer, dakkapeldaken ingrepen;
herstel dan wel vervanging van vloerconstructies, balkons en galerijen inclusief hekken en borstweringen;
herstel of vervanging van rookkanalen binnen- en buitendaks;
herstel of vervanging van hoofdaansluitingen van nutsvoorzieningen;
herstel of vervanging van riolering binnen het pand;
opheffing van optrekkend en/of doorslaand vocht en van overmatig condensvocht, voor zover dit condensvocht wordt veroorzaakt door de bouwkundige constructie;
eigenaar: de eigenaar alsmede de opstaller, de erfpachter, de gerechtigde tot een appartementsrecht of degene aan wie door een rechtspersoon een deelnemings- of lidmaatschapsrecht is verleend dat recht geeft op gebruik van een pand;
eigendom: de eigendom alsmede het recht van opstal, het erfpachtrecht, het appartementsrecht of het door een rechtspersoon verleend deelnemings- of lidmaatschapsrecht dat recht geeft op gebruik van een pand;
programma van eisen: een door het College vastgesteld programma van eisen voor monumenten;
uitvoeringsvoorschriften: de door het College vastgestelde uitvoeringsvoorschriften voor monumenten;
monument:
onroerende zaken met een beschermde status: - een onroerende zaak aangewezen als beschermd monument ingevolge de Monumentenwet 1988 (rijksmonument); - een onroerende zaak aangewezen als beschermd gemeentelijk monument ingevolge de Monumentenverordening 2001 (gemeentelijk monument);
panden zonder beschermde status: - pand gesitueerd binnen de grenzen van het beschermd stadsgezicht, dat daarvan blijkens de ruimtelijke kwaliteitskaart een structuur- en architectonisch bepalend onderdeel vormt, maar niet wordt beschermd ingevolge de Monumentenwet of de Monumentenverordening 2001;
pand binnen de grenzen van het beschermde stadsgezicht, dat daarvan blijkens de ruimtelijke kwaliteitskaart alleen een structuurbepalend onderdeel vormt;
monumentale onderdelen: de onderdelen -interieuronderdelen daaronder begrepen- die karakteristiek zijn en/of als passend beschouwd worden voor het monument;
beschermd stadsgezicht: stadsgebied dat op voordracht van de gemeenteraad door de Ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu is aangewezen als beschermd stadsgezicht ingevolge art. 35, lid 1, van de Monumentenwet 1988;
ruimtelijke kwaliteitskaart: de bij deze verordening behorende kaart waarop de architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit van alle bouwwerken binnen het beschermd stadsgezicht in beeld is gebracht;
restauratie: cascoherstel en herstel van monumentale onderdelen van een monument;
subsidiabele kosten: kosten die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn om onderdelen van een monument die monumentale waarde bezitten, te conserveren, te herstellen of, mits de noodzaak daartoe is aangetoond, conform de oorspronkelijke toestand te vervangen, te weten:
de aanneemsom voor het verrichten van de restauratie-werkzaamheden;
architectenhonorarium;
toezicht op de uitvoering;
aansluiting op de nutsvoorzieningen;
leges voor de bouw- en/of monumentenvergunning;
onderzoek en adviezen op constructief, of bouwfysisch gebied;
kosten voor het aanbrengen van voorzieningen, die naar het oordeel van het college nodig zijn ten behoeve van een regelmatige inspectie van het pand;
kosten voor het aanbrengen van een installatie ter voorkoming van brand of blikseminslag, voor zover deze installatie is voorgeschreven door het college;
schilderwerk voor zover de te schilderen onderdelen gerestaureerd worden en de kosten daarvan subsidiabel zijn;
de kosten voor het afsluiten van een Construction All Risk verzekering.
artikel 3.3.2. Doel van subsidie
Het college verstrekt op grond van deze paragraaf subsidie als bijdrage ineens ten behoeve van de kosten:
voor restauratie van het monument (restauratiesubsidie);
voor het laten maken van een haalbaarheidsonderzoek voor het monument (plankostensubsidie);
voor het laten verrichten van bouwhistorisch onderzoek van het monument (bouwhistorisch onderzoekssubsidie).
artikel 3.3.3. Toepassingsbereik en voorwaarden
Het college stelt jaarlijks een restauratie-uitvoeringsprogramma vast waarin staat aangegeven welke monumenten voor subsidie in aanmerking komen en in welke volgorde.
Het college kan tussentijds wijzigingen en aanvullingen aanbrengen in het restauratie-uitvoeringsprogramma.
Het college stelt voor de restauratie van monumenten een programma van eisen vast met bijbehorende uitvoeringsvoorschriften.
Het college kan tussentijds wijzigingen en aanvullingen aanbrengen in het programma van eisen en de uitvoeringsvoorschriften.
Het college kan nadere eisen stellen ten aanzien van de uitvoering van de restauratie.
artikel 3.3.4. Verlenen van subsidie voor restauraties
Het college kan voor de restauratie van monumenten subsidie verstrekken als bijdrage ineens. De subsidie bedraagt:
30% van de subsidiabele kosten voor eigenaren, zijnde natuurlijke personen en privaatrechtelijke lichamen, die belastingplichtig zijn voor de Inkomstenbelasting of de Vennootschapsbelasting; met uitzondering van particuliere verhuurders (box III);
50% van de subsidiabele kosten voor eigenaren, zijnde publiekrechtelijke en privaatrechtelijke lichamen, die niet belastingplichtig zijn voor de Inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting, alsmede particuliere verhuurders (box III).
De subsidie wordt berekend over de door het college te bepalen subsidiabele kosten van de restauratie van het monument.
artikel 3.3.5. Subsidievoorwaarden bij restauraties
Een restauratieplan dient qua inhoud te voldoen aan het door het college vastgestelde programma van eisen, de technische uitvoeringsvoorschriften en nadere eisen (artikel 3.3.3).
Een pand dient ineens geheel gerestaureerd te worden.
Niet-subsidiabele onderdelen van het restauratieplan, die wel noodzakelijk zijn voor de instandhouding van het monument, dienen onverminderd uitgevoerd te worden.
De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan het College om planaanpassing en -goedkeuring, indien tijdens de werkzaamheden tot dan toe onbekende onderdelen van het monument worden aangetroffen, waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen, dat deze (cultuur)historische waarde bezitten.
De subsidieontvanger dient binnen twee jaar de restauratie te voltooien en binnen zes maanden na voltooiing gereed te melden (eindverantwoording).
De subsidie wordt verstrekt onder de voorwaarde dat gedurende tien jaar:
de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, het monument deugdelijk zal onderhouden, inhoudende dat de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, lid wordt en blijft van de Stichting Monumentenwacht Friesland, onder de verplichting om de in een inspectierapport van de Stichting Monumentenwacht Friesland geconstateerde bouwkundige gebreken onverwijld te (laten) herstellen;
de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, ieder jaar een afschrift van het jaarlijkse inspectierapport van de Stichting Monumentenwacht Friesland ter kennisneming doet toekomen aan de gemeente;
de eigenaar, alsmede de rechtsopvolger, de eigendom van het monument niet laat overgaan op een derde tenzij voor een zodanige eigendomsoverdracht vooraf door het college toestemming is verleend;
het monument waaraan de voorzieningen zijn getroffen, niet wordt gesloopt.
De toestemming, bedoeld in het zesde lid onder c, wordt slechts verleend indien bij de eigendomsoverdracht de voorwaarden en verplichtingen, zoals in deze verordening en de subsidiebeschikking bepaald, mede worden overgedragen.
artikel 3.3.6. Verlenen van
subsidie voor plankosten
Het college kan ten behoeve van het ontwikkelen van plannen voor de restauratie van monumenten (haalbaarheidsonderzoek) aan de eigenaar subsidie als bijdrage ineens verstrekken. De subsidie bedraagt:
ten hoogste € 2.500,- wanneer de kosten van de voorzieningen meer zullen bedragen dan € 50.000,- maar een bedrag van € 100.000,- niet zullen overschrijden;
ten hoogste € 5.000,- wanneer de kosten van de voorzieningen meer zullen bedragen dan € 100.000,-.
De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verstrekt indien:
het college heeft verklaard dat overeenstemming bestaat over de planvoorbereiding;
de eigenaar heeft verklaard dat indien het plan niet wordt uitgevoerd het geheel of ten dele ontwikkelde plan aan de gemeente ter beschikking wordt gesteld en haar eigendom wordt
Indien het haalbaarheidsonderzoek, bedoeld in het eerste lid, leidt tot het treffen van voorzieningen aan het pand en het toekennen van een restauratiesubsidie, wordt de subsidie, bedoeld in het eerste lid, volledig in mindering gebracht op de te verstrekken restauratiesubsidie.
artikel 3.3.7. Verlenen van subsidie
voor bouwhistorische onderzoek
Het college kan ten behoeve van een bouwhistorisch onderzoek aan de eigenaar een subsidie van 50% tot ten hoogste €7.500,- als bijdrage ineens verstrekken.
Het College kan nadere voorwaarden verbinden aan de wijze van onderzoek, de uitvoerende en de wijze van rapporteren.
Hoofdstuk 4 Slot- en overgangsbepalingen
artikel 4.1. Bijzondere gevallen
In gevallen waarin deze verordening niet voorziet besluit het college.
artikel 4.2. Hardheidsclausule
Indien de toepassing deze verordening zou leiden tot onbillijkheid van overwegende aard, kan het college gelet op het belang van stedelijke vernieuwing afwijken van de bepalingen in deze verordening.
artikel 4.3. Algemene vrijstellingsbevoegdheid
In bijzondere gevallen kan het college in het belang van de stedelijke vernieuwing afwijken van de bepalingen van deze verordening.
Artikel 4.4. Toezichthouders
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college aan te wijzen personen.
artikel 4.5. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als “Subsidieverordening Stedelijke Vernieuwing 2003“.
artikel 4.6. Overgangsbepaling
Op aanvragen, waarop vóór de inwerkingtreding van deze verordening subsidie is verleend of een aanvraag om subsidie is ingediend, blijven de bepalingen van de regelingen op grond waarvan deze subsidie is verleend of aangevraagd van toepassing.
De subsidieverordening stads-en dorpsvernieuwing 2001 blijft van kracht voor de subsidiëring van woningverbetering in de actiegebieden:
Gerard Doubuurt fase I en II;
Schieringerweg/Dennenstraat;
Uiterdijksterweg.
artikel 4.7. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van bekendmaking.
De Subsidieverordening stads- en dorpsvernieuwing 2001 (Rb. 17-12-2001, nr. 23757) en de Verordening woninggebonden subsidies (Rb. 17-12-2001, nr. 23757) worden ingetrokken, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4.6. Voor de uitvoering van de daar genoemde projecten blijft de Subsidieverordening stedelijke vernieuwing 2003 buiten toepassing.
De bekendmaking van deze verordening heeft plaats gevonden op 25 juni 2003
Toelichting bij Subsidieverordening Stedelijke vernieuwing 2003
1.Inleiding
De overheid heeft een aantal instrumenten tot haar beschikking om door haar gewenste ontwikkelingen te stimuleren en tot stand te brengen. Hierbij gaat het om financiële instrumenten als subsidies en fiscale faciliteiten. In dit kader bepaalt de Wet stedelijke vernieuwing dat aan gemeenten Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV) kan worden verstrekt ten behoeve van de uitvoering van het gemeentelijk beleid inzake de stedelijke vernieuwing.
Het rijk heeft aan de 30 rechtstreeks gemeenten, voor de periode 2000 tot 2005, investeringsbudget stedelijke vernieuwing (ISV) toegekend. De provincie heeft datzelfde gedaan ten aanzien van de (111) programmagemeenten. Dit ISV-budget bestaat uit verschillende voormalige budgetten, zoals het Stadsvernieuwingsfonds, de Tijdelijke stimuleringsregeling herstructurering goedkope woningvoorraad, het besluit woninggebonden subsidies (BWS), het Besluit locatiegebonden subsidies en budgetten op het terrein van gevelisolatie in verband met wegverkeerslawaai en raillawaai en bodemsanering. Met dit ISV-budget -eventueel aangevuld met eigen gemeentelijke middelen - kan uitvoering worden gegeven aan de stedelijke vernieuwingsopgave van de gemeenten, zoals verwoord in het meerjarenontwikkelingsprogramma (MOP) van de desbetreffende gemeenten.
Om dit ISV-budget te verdelen, is in een aantal gevallen een verordening nodig. De gemeente kan deze op veel verschillende manieren inrichten. Dit is afhankelijk van de gekozen wijze van subsidiëring. Voor de subsidieverordening zijn de Wet stedelijke vernieuwing (WSV), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de algemene verordeningsbevoegdheid uit artikel 149 Gemeentewet van belang.
In de subsidieverordening stedelijke vernieuwing wordt thans niets geregeld over de middelen die beschikbaar komen uit het Besluit locatiegebonden subsidies. Op basis van dat besluit heeft de minister van Vrom een ontwikkelingscontract gesloten met de provincie waarin prestatieafspraken zijn vastgelegd en geldmiddelen zijn toegezegd. Deze ontwikkelingsovereenkomst loopt tot 2005. Tot dat tijdstip zullen de BLS-middelen worden ingezet overeenkomstig de gesloten ontwikkelingsovereenkomst. Nu is nog niet te voorzien of en hoe in 2005 er behoefte zal ontstaan aan regeling van deze materie in de subsidieverordening stedelijke vernieuwing.
Ook voor gevelisolatie in verband met wegverkeers- en raillawaai is in deze verordening thans geen regeling opgenomen.
2.Algemeen
In deze verordening wordt een subsidiemethodiek geïntroduceerd die meer aansluit bij het huidige gedachtegoed van stedelijke vernieuwing, dat wil zeggen, geen gedetailleerde subsidievoorwaarden, maar globalere en integralere investeringen toetsen aan de gemeentelijke beleidsdoelstellingen, waarbij onder investering wordt verstaan ‘elke financiële inspanning gericht op een fysieke maatregel in het kader van stedelijke vernieuwing’.
In het ISV ontwikkelingsplan zoals vastgelegd in het MOP zijn stadsdelen aangewezen waar de stedelijke vernieuwingsopgave het grootst is. Het is dan ook logisch dat de gemeenteraad budget reserveert voor stedelijke investeringsplannen in die stadsdelen en bij de realisering voorrang geeft aan de subsidietoekenning aan die stadsdelen door het nemen van een zogenaamd verdeelbesluit. Het verdeelbesluit biedt de mogelijkheid voorrang te geven aan bepaalde ISV investeringen binnen zogenoemde vernieuwingsgebieden waar de opgave voor stedelijke vernieuwing het grootst is.
Dit neemt niet weg dat ook denkbaar is dat ISV-gelden worden geïnvesteerd in de uitleggebieden, omdat door die investeringen vooral ook ontwikkelingen in de bestaande stad kunnen worden gestimuleerd. Zo is denkbaar dat – zoals vroeger gebeurde met inzet van BWS-middelen – sociale bouw in de uitleggebieden wordt gesubsidieerd omdat die nieuwbouw voorwaarde is voor het op gang brengen van een verbetering van het woon- en leefklimaat in de bestaande stedelijke gebieden.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.14.
De intrekking, wijziging en terugvordering van de subsidie
Onderdeel van Subsidieverordening Stedelijke Vernieuwing 2003
Verwijzingen
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- Artikel 4
- artikel 4
- artikel 3
- artikel 4
- artikel 3
- artikel 4
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 4
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 4
- art. 35
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 2
- artikel 3
- artikel 4
- artikel 4
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 4