Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2B

Artikel 2B:10

Weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Kerkrade 2011

Een vergunning wordt door het bevoegd orgaan geweigerd indien: 1.. Naar zijn oordeel door de aanwezigheid van de horeca-inrichting het woon- en leefklimaat in de naaste omgeving op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Bij de toepassing van dit criterium wordt door het bevoegd orgaan rekening gehouden met parkeeroverlast, geluidsoverlast, vervuiling of sociale onveiligheid, het karakter van de straat en van de wijk waarin de horeca-inrichting is gelegen of zal komen te liggen, alsmede met de aard van de horeca-inrichting. Voorts betrekt het bevoegd orgaan in de beoordeling van de aanvraag de spanning waaraan het woon- en leefklimaat ter plaatse reeds bloot staat of bloot zal komen te staan, 2.. De openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast, waarbij onder aantasting van de openbare orde tevens wordt begrepen aantasting van de rechtsorde; 3.. De horeca-inrichting niet voldoet aan de inrichtingseisen, als bedoeld in artikel 2B:7, tenzij door het bevoegd orgaan een ontheffing is verleend. 4.. De vestiging of exploitatie strijd oplevert met het geldend bestemmingsplan dan wel met een geldende leefmilieuverordening. 5.. De ondernemer(s) c.q. degene(n) die de rechtspersoon rechtsgeldig vertegenwoordigt(/en) een horeca-inrichting heeft/hebben geëxploiteerd die evenwel op grond van verstoring van de openbare orde binnen een termijn van vijf jaar voorafgaand aan het indienen van de aanvraag gesloten is geweest c.q. waarvoor de krachtens deze verordening dan wel de Drank- en Horecawet verleende vergunning op grond van verstoring van de openbare orde door het daartoe bevoegd orgaan is ingetrokken. 6.. Er naar zijn oordeel sprake is van een ongewenste concentratie van horeca-inrichtingen in een bepaald gebied, waardoor het gevaar voor aantasting van de openbare orde of het woon- en leefklimaat cumulatief toeneemt. 7.. De horeca-inrichting gevestigd is in de onmiddellijke nabijheid van bedrijven of winkels met een dusdanig andere bezoekersgroep, dat de ontmoeting tussen de verschillende bezoekersgroepen openbare ordeproblemen heeft of tot gevolg kan hebben. 8.. Redelijkerwijze moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn. 9.. Door de ondernemer c.q. degenen die de rechtspersoon rechtsgeldig vertegenwoordigt(en) en/of leidinggevende(n) niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 2B:6.

Rechtspraak bij dit artikel