**1..** Horeca-inrichting: Een inrichting waarin een bedrijf of werkzaamheid wordt geëxploiteerd waarbij noch alcohol aanwezig is noch alcohol wordt geschonken, alsmede de daarbij behorende open aanhorigheden:
A. Elke voor het publiek toegankelijke lokaliteit, open plaats, tuin of gedeelte daarvan, zomede de daarbij behorende terrassen en de daarmee gemeenschap hebbende vertrekken die niet uitsluitend als woning of winkel als bedoeld in de Winkeltijdenwet (met uitzondering van afhaalcentra) worden gebruikt, voor zover daar bij wijze van hoofdfunctie of overwegende nevenfunctie gelegenheid wordt gegeven om al dan niet tegen betaling enigerlei eetwaren en/of alcoholvrije dranken te verkrijgen en/of verbruiken.
B. Een afhaalcentrum, zijnde een winkel waar voor gebruik elders dan ter plaatse uitsluitend eetwaren en/of alcoholvrije dranken plegen te worden verstrekt.
C. Ondernemer: de natuurlijke of rechtspersoon voor wiens rekening en risico de horeca-
inrichting wordt geëxploiteerd.
D. Leidinggevende: degene die de algemene of onmiddellijke leiding geeft aan de exploitatie van een horeca-inrichting.
E. Bezoeker: een ieder die zich in de horeca-inrichting bevindt met uitzondering van:
1. De gezinsleden van de ondernemer(s) alsmede diens elders wonende bloedverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot de derde graad;
2. De personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht;
3. De personen wier aanwezigheid in de horeca-inrichting wegens dringende omstandigheden noodzakelijk is;
4. Het dienstdoend personeel;
F. Bevoegd orgaan: de burgemeester dan wel het college, ieder voor zover het zijn/hun bevoegdheid betreft.
Hoofdstuk 2B
Artikel 2B:2
Begripsomschrijving
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Kerkrade 2011