Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2D:

Artikel 2D:1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Kerkrade 2011

1.. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. winkelbedrijf: een voor het publiek toegankelijke ruimte resp. inrichting waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is of anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan het exploiteren van een smartshop en/of, headshop en/of of growshop, een belshop en/of internetcafé. Het gaat hier zowel om groothandels als om detailhandelszaken; b. exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de inrichting wordt geëxploiteerd; c. leídinggevende: de exploitant alsmede andere natuurlijke personen, die algemene of onmiddellijke leiding geeft aan de exploitatie van het winkelbedrijf. 2.. In dit hoofdstuk wordt onder bezoeker niet verstaan: a. de gezinsleden van de exploitant alsmede diens elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad; b. de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht; c. de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is; d. het dienstdoend personeel. 3.. Inzake smart-, head- en growshops kunnen nader regels worden gesteld. 4.. Inzake bel en internetwinkels kunnen nadere regels worden gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel