In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan:
lid 1 inzake openbaar, goederen etc.
a. openbare plaats: hetgeen in artikel 1, 1e lid onder c van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan;
b. weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder wordt verstaan alsmede de daaraan liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen;
c. openbaar water: alle wateren die - al dan niet met enige beperking – die voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn;
d. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 onder z van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
e. bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 onder e van de Wegenverkeerswet 1994;
f. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan Gedeputeerde Staten de grenzen hebben vastgesteld, overeenkomstig artikel 20a van de Wegenwet, bij hun besluit van 31 oktober 1997;
g. voertuigen: als bedoeld in artikel 1, onder al van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
h. bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening Kerkrade daaronder wordt verstaan;
i. gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid onder c, van de Woningwet daaronder wordt verstaan;
j. dieren, vee en pluimvee: als bedoeld in artikel 1 van de Gezondheids- en welzijnswet dieren;
k. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen.
lid 2 inzake bevoegde gezag en personen
l. bevoegd gezag – algemeen: het bestuursorgaan dat op grond van de Gemeentewet of andere regeling bevoegd is een besluit te nemen.
m. bevoegd gezag - Wabo: is het bestuursorgaan dat bevoegd is een te nemen ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (= Wabo) of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.
n. rechthebbende: een ieder, die over enige zaak enige zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht of daarover enige feitelijke zeggenschap uitoefent;
o. overtreder: een natuurlijke persoon en/of een rechtspersoon die een overtreding pleegt, medepleegt of laat plegen;
p. verantwoordelijke: de exploitant en leidinggevende van een openbare inrichting is verantwoordelijk voor het (doen laten) handelen of niet handelen in zijn inrichting indien dit in strijd is met een, voor hem geldend voorschrift of beperking;
q. overtreding: een gedraging, een doen of nalaten, dat in strijd is met het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift;
lid 3 inzake openbare inrichtingen
r. inrichting: de lokaliteiten waarin het slijtersbedrijf of horecabedrijf of horeca-inrichting wordt uitgeoefend, met de daarbij behorende terrassen voor zover die terrassen in ieder geval bestemd zijn voor het verstrekken van (alcoholhoudende) drank voor gebruik ter plaatse, welke lokaliteiten al dan niet onderdeel uitmaken van een andere besloten ruimte;
s. terras: een met het oog op de bedrijfsmatige verstrekking van ter plaatse te nuttigen etenswaren en/of drank geordende verzameling van tafels en stoelen of banken dan wel andere voorwerpen geschikt om op en aan plaats te nemen.
lid 4 inzake vergunningen
t. Bibob: Wet en besluit bevordering integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur.