In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
1. Openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of (alcoholhoudende) dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt.
2. Onder het eerste lid wordt mede verstaan: een bij dit bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden.
3. Onder horecabedrijf: een inrichting met een horeca vergunning overeenkomstig de Drank- en Horecawet. Onder een horecabedrijf wordt o.a. verstaan: een hotel, restaurant, café, discotheek, buurthuis of clubhuis.
4. Onder horeca inrichting: een inrichting overeenkomstig de APV exploitatievergunning, waar geen alcohol aanwezig mag zijn en/of geschonken mag worden. Onder horeca ininrichting wordt o.a. verstaan: een broodjeszaak, snackbar, buurthuis of clubhuis.
5. Alcoholhoudende dranken: voor alcoholhoudende dranken geldt de definitie uit de Drank- en horecawet (artikel 1) met ingang van 1 januari 2013.
6. Een terras, zoals bedoeld in deze paragraaf is, een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van een horecabedrijf- of inrichting waar sta- of zit gelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.
7. Verdovende middelen: Middelen zoals opgenomen in lijst I en II van de Opiumwet.
Hoofdstuk 2a
Artikel 2A:1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Kerkrade 2011