Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4: › Afdeling 4

Artikel 4:32

Verbod hinderlijke, ontsierende of gevaarlijke reclame e.d.

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Kerkrade 2011

1.. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak alsmede de hoofdgebruiker van die zaak verboden zonder vergunning van het college die zaak of een daar­op aanwezige zaak te gebruiken of het gebruik daarvan toe te laten voor het maken van handelsreclame met behulp van een op­schrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg of vanaf een andere voor het publiek toegankelijke plaats zichtbaar is. 2.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van: a. opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een on­roerende zaak; b. opschriften en aankondigingen op zuilen, borden, muren of andere con­structies, aan­gewezen door de overheid; c. opschriften en aankondigingen betrekking hebbend op: openbare verkoping, aanbiedingen ter verkoop, verhuur of ver­pachting van een onroerende zaak, voor zolang zij feitelijke bete­kenis hebben; het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitge­oefend of waarvoor die zaak is bestemd, zomede op naamborden; mits deze opschriften en aankondigingen gezamenlijk geen grotere op­per­vlakte heb­ben dan 0,50 m2 en geen van alle een grotere afmeting in een richting hebben dan 1,00 meter en mits deze opschriften en aankon­digingen zijn aangebracht op of aan de onroerende zaak; d. opschriften betrekking hebbend op de naam en/of aard van in uitvoering zijnde bouw­werken en/of op de namen van degenen die bij het ontwerp en/of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschrif­ten zijn aange­bracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouw­werken zelf en niet verlicht zijn, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; e. opschriften en aankondigingen aan gebouwen en inrichtingen van open­baar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer; f. opschriften en aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben, mits van het aanbrengen ervan tevoren door of vanwege de recht­hebbende of de hoofdgebruiker van de onroe­rende zaak schriftelijk kennisgeving is gedaan aan het college en dit college niet binnen twee weken na ontvangst van die kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken. Zodanige opschriften en aankondigingen worden geacht hun tijdelijk karakter te heb­ben verloren, wanneer deze gedurende meer dan 9 weken op de onroerende zaak aanwezig zijn. 3.. Het in het eerste lid gesteld verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde wordt voorzien in andere regelgeving. 4.. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a. indien de reclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b. in het belang van de verkeersveiligheid; c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebrui­kers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.

Rechtspraak bij dit artikel