Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 4, 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 7 onder a. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien
geïndiceerde beperkingen op grond van ziekte of gebrek of;
problemen bij het uitvoeren van de mantelzorg
het zelf uitvoeren van een of meer huishoudelijke taken onmogelijk maken en de algemene hulp bij het huishouden dit snel en adequaat kan oplossen.
Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 4, 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 7 onder b. en c. vermelde voorzieningen in aanmerking worden gebracht als
de in het eerste lid genoemde voorziening een onvoldoende oplossing biedt of;
niet beschikbaar is.
Hoofdstuk 3.
Artikel 8
Primaat van de algemene hulp bij het huishouden.
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Leeuwarden