Naar hoofdinhoud

Artikel 25.1.3

Redenen afwijzing verzoek om uitstel

Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen 2010

Een verzoek om uitstel van betaling wordt in ieder geval afgewezen als: a. de medewerking van de verzoeker aan de gemeente naar het oordeel van de ontvanger onvoldoende is; b. onjuiste gegevens worden verstrekt; c. de gevraagde gegevens niet (volledig) binnen de door de ontvanger daartoe gestelde termijn zijn verstrekt; d. de gevraagde zekerheid niet wordt gesteld (zie artikel 25.1.1, 25.2.5, 25.5.2 en 25.6.2 van deze leidraad); e. de waarde van vermogensobjecten in redelijkheid te gelde kan worden gemaakt teneinde daarmee de verschuldigde belasting te betalen; f. de berekende betalingscapaciteit zodanig is dat de schuld direct voldaan kan worden; g. de betalingsregeling zich over een voor de ontvanger onaanvaardbare termijn uitstrekt; h. de betalingsproblemen structureel zijn en een betalingsregeling volgens de ontvanger geen uitkomst zal bieden; i. sprake is van een verzoek om uitstel van betaling van een belastingaanslag in verband met betalingsmoeilijkheden en voorafgaande aan dat verzoek uitstel is genoten in verband met een bezwaar- of beroepsprocedure tegen die aanslag, terwijl gedurende die procedure betalingsmiddelen ter beschikking hebben gestaan, waarmee de belastingschuld kon worden betaald. j. voor zover de aanslag betrekking heeft op: bedrijfsreinigingsrecht, (bouw)leges, toeristenbelasting, parkeerbelastingen, marktgelden, precariobelasting]; k. voor zover het een bezwaar betreft dat direct of indirect gericht is tegen een onherroepelijk vaststaande WOZ-beschikking; l. indien de belastingschuldige reeds eerder een regeling heeft genoten, maar deze niet is nagekomen; m. indien ter zake van de aanslag reeds een beslagopdracht naar de belastingdeurwaarder is uitgegaan dan wel door de belastingdeurwaarder reeds beslag is gelegd; n. in geval van een vordering op grond van artikel 19 van de wet. De ontvanger is niet verplicht de belastingschuldige in de gelegenheid te stellen zijn zienswijze naar voren te laten brengen voordat hij het verzoek om uitstel geheel of gedeeltelijk afwijst. Als het verzoek om uitstel wordt afgewezen, moet gemotiveerd worden waarom tot afwijzing van het verzoek is besloten. Daarbij moeten alle afwijzingsgronden worden genoemd; er kan niet worden volstaan met het noemen van de voornaamste afwijzingsgrond.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel