Het verzoek om kwijtschelding moet worden ingediend bij de ontvanger waaronder de belastingschuldige ressorteert op een daartoe ingesteld verzoekformulier.
Als de belastingschuldige een verzoek om kwijtschelding indient, maar dit niet doet op het daartoe bestemde formulier, neemt de ontvanger het verzoek niet als zodanig in behandeling. De ontvanger zendt een verzoekformulier aan de belastingschuldige en stelt deze in de gelegenheid het verzoek alsnog binnen twee weken in te dienen.
In afwachting hiervan wordt de invordering in beginsel opgeschort. Als de belastingschuldige het formulier niet terugzendt, wijst de ontvanger het verzoek af.
Wanneer er al kosten voor de (dwang)invordering zijn gemaakt dient de belastingschuldige deze eerst te voldoen voordat het kwijtscheldingsverzoek in behandeling wordt genomen.
Artikel 26.1.2
Het indienen van een verzoek om kwijtschelding
Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen 2010