Algemeen
De eigen bijdrage en eventueel griffierecht en bureaukosten van de advocaat komen voor bijstandsverlening in aanmerking als er sprake is van toevoeging op grond van de Wet op de rechtsbijstand. (CrvB 30 maart 1999, nrs. 97/5836/5837/5838 ABW). Er behoeft geen nader onderzoek te worden ingesteld naar de noodzaak van de rechtshulp. Deze wordt aangenomen indien er sprake is van toevoeging.
Bijkomende proceskosten kunnen alleen voor bijzondere bijstand in aanmerking komen, voor zover is geconstateerd dat ze noodzakelijk zijn. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de bijkomende kosten die door de advocaat aan betrokkene in rekening worden gebracht. Aan de hand van een specificatie moet de noodzaak van de kosten worden beoordeeld.
Winnen procedure
Indien de procedure is gewonnen dient onderzocht te worden of de tegenpartij is veroordeeld in deze kosten. De verleende bijstand dient dan te worden terugbetaald. E.e.a. wordt in het vonnis of beschikking vermeld. Zonodig dient een machtiging te worden gevraagd.
Rechtshulp in strafrechtelijke procedures
Voor kosten van rechtshulp in strafrechtelijke procedures wordt geen bijstand verleend. Deze kosten worden niet beschouwd als noodzakelijke kosten van het bestaan in de zin van de WWB omdat altijd gebruik kan worden gemaakt van de toegewezen advocaat.
Griffierecht
Als een procedure ingevolge de Algemene Wet Bestuursrecht wordt gevolgd, wordt griffierecht terugbetaald door de rechtelijke instantie, indien de zaak door cliënt wordt gewonnen. Als hiervoor bijstand is verleend, dient deze door cliënt te worden terugbetaald.
Veroordeling in de proceskosten van de tegenpartij/ niet noodzakelijke deurwaarderskosten
Veroordeling in de proceskosten van de tegenpartij zijn voor rekening van cliënt. Alleen als een proces begonnen is op verzoek van sociale zaken wordt bijstand verleend in deze kosten. Deurwaarderskosten, die voorkomen hadden kunnen worden, worden niet gezien als bijzondere kosten.
Bijzondere bijstand voor kosten onderbewindstelling
Als de kantonrechter op grond van artikel 1:431 e.v. BW de noodzaak tot onderbewindstelling heeft beoordeeld en vastgesteld, staat het de gemeente niet meer vrij om zelf de noodzaak van die onder bewindstelling te beoordelen en evenmin om te bezien of andere oplossingen mogelijk zouden zijn.
De met bewindvoering samenhangende kosten komen voor bijzondere bijstand in aanmerking (CRvB, 21-8-01, 99/1771, 99/3916 NABW, Usz 2001,250).