Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.1

Inwerkingtreding en overgangsbepalingen

Onderdeel van Richtlijnen bijzondere bijstand

Deze richtlijnen treden in werking op 1 januari 2005. Tegelijkertijd vervalt het beleid met betrekking tot de bijzondere bijstand (inclusief het woonlastenfonds) en categoriale bijzondere bijstand voor Huizen, Eemnes en Blaricum, zoals dat tot de datum van inwerkingtreding van deze richtlijnen gold, met dien verstande dat de categoriale bijzondere bijstand van Huizen, Eemnes en Blaricum met terugwerkende kracht tot 1 januari 2004 vervalt. Dit heeft tot gevolg dat de oude “echt” categoriale regelingen met ingang van 1 januari 2004 zijn vervallen, en dat regelingen, die hoorden tot het minimabeleid maar een individuele toetsing kenden, vervallen op de datum, waarop de nieuwe richtlijnen in werking treden. De regeling voor deelname aan het aatschappelijk verkeer (paragraaf 2.9 van deze richtlijnen) treedt uitsluitend in werking indien de hiervoor benodigde extra middelen met ingang van 2005 door de gemeenteraad beschikbaar worden gesteld. In hoofdstuk 6 van deze richtlijnen worden de financiële consequenties van deze regeling uiteengezet. Aan bijzondere bijstand, die is toegekend, op basis van het oude beleid, wordt gedurende de vastgestelde draagkrachtperiode niet getornd. Vervolgaanvragen of nieuwe aanvragen, die worden ingediend op of na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijnen bijzondere bijstand worden afgehandeld op basis van de nieuwe richtlijnen.

Rechtspraak bij dit artikel