Dit besluit treedt in werking op 1 mei 2011.
Het Delegatiestatuut gemeente Houten, vastgesteld in de vergadering van de gemeenteraad van 19 december 2006, wordt ingetrokken met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze regeling.
Dit besluit kan worden aangehaald als ‘Algemeen delegatiebesluit’.
Dit is besloten in de openbare vergadering van de raad op 24 mei 2011.
De raad van de gemeente Houten,
De griffier,
De voorzitter,
P.M.H. van Ruitenbeek
C.H.J. Lamers
Overzicht verstrekte delegaties behorend bij Algemeen delegatiebesluit Houten
Nr.
Onderwerp
Voorwaarden c.q. wijze van verantwoording
Mandaat
toegestaan?
1.
Gemeentewet
a.
het wijzigen van gemeentelijke belastingverordeningen conform artikel 156, tweede lid onder h. Gemeentewet. Het betreft dan de belastingverordeningen genoemd in artikel 225, de precariobelasting, de rioolheffing bedoeld in 228a, de rechten, genoemd in artikel 229, de rechten waarvan de heffing geschiedt krachtens andere wetten dan deze wet en de heffing, bedoeld in artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer. Het betreft allen heffingen waarbij sprake is van kostendekkende tarieven.
De aan het eind van ieder kalenderjaar vastgestelde
wijzigingsverordeningen welke gelden in het daarop volgende belastingjaar ter kennisgeving voorleggen aan de raad.
Nee
b.
- het beschikbaar stellen van investeringskredieten tot € 25.000,-;
- het beschikbaar stellen van uitvoeringsbudgetten tot:
€ 25.000,- structureel en
€ 50.000,- incidenteel.
Via collegebrieven en bestuursrapportage
Nee
c.
Het optreden in c.q. het voeren van verweer en het voorzien in de formele procesvertegenwoordiging bij de behandeling van door derden ingediende bezwaar- en
beroepschriften c.q. verzoeken om voorlopige voorziening en het voeren van overleg ex artikel 10:30 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij de raad als bestuursorgaan van de gemeente betrokken is.
Ja,
doch niet ambtelijk bij toepassing van artikel 10:30 Awb
d.
de bevoegdheid tot het aanwijzen van andere “gemeentehuizen” ten behoeve van het sluiten van huwelijken en het registreren van partnerschappen.
Zie ook raadsbesluit van 26 april 2005 (nr. 2005-053)
Nee
2.
Algemene wet bestuursrecht
a.
Het op grond van artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht opschorten, verdagen en/of verder uitstel verlenen van de termijn voor het beslissen op een bij de raad ingediend bezwaarschrift.
Kopie van de brief ter inzage leggen voor de raad
Ja
b.
Het op grond van artikel 4:18 van de Algemene wet bestuursrecht vaststellen van de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom, die de raad als bestuursorgaan verbeurt.
Kopie van de brief ter inzage leggen voor de raad
Ja
c.
Het toepassen van een voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.
Zie het raadsbesluit van 25 november 2014 (nr. 2014-070).
Nee
3.
Inspraakverordening
Het verlenen van inspraak bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid als bedoeld in de Inspraakverordening.
Zie het raadsbesluit van 25 november 2014 (nr. 2014-070).
Ja
4.
Wet op de Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
het uitvoeren van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
Zie ook raadsbesluit van 19 december 1995
Ja
5.
Wet op de ruimtelijke ordening
het vaststellen van een exploitatieplan en het besluit geen exploitatieplan vast te stellen als bedoeld in artikel 6.12 Wro behorende bij een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3 van de Wabo medewerking wordt verleend
1x per jaar een overzicht naar de raad
Ja
6.
Wet openbaarheid van bestuur
het beslissen op verzoeken om informatie als bedoeld in de Wob, welke gericht zijn aan de raad. Hieronder is mede begrepen het opschorten en verdagen van de termijn waarbinnen op een Wob-verzoek een beslissing moet zijn genomen.
Kopie van de brieven voor de raad ter inzage leggen
Ja,
conform voorschriften in Mandaatregeling
(mandaat indien beslissing positief;
geen mandaat indien beslissing geheel of gedeeltelijk negatief)
7.
Wegenwet
Het onttrekken van een weg aan het openbaar verkeer op grond van artikel 9 van de Wegenwet.
Zie het raadsbesluit van 25 november 2014 (nr. 2014-070).
a.de doorgaande functie van de weg blijft bestaan;
b. 1) het aantal parkeerplaatsen ter plaatse neemt niet af, omdat
- onttrekking van parkeerplaatsen niet aan de orde is, of
- in de directe nabijheid van de te onttrekken parkeerplaatsen evenveel vervangende parkeerplaatsen in de openbare ruimte of op particulier terrein wordt gerealiseerd, of
2) het aantal parkeerplaatsen ter plaatse neemt af, maar uit parkeeronderzoek blijkt dat er desondanks voldoende parkeerruimte overblijft.
Nee
Artikelen die genoemd worden in de delegatieoverzichten