Bij de invoering van het nieuwe hoofdstuk 3 CAR per 1
januari 2016, zijn de met dat hoofdstuk corresponderende
terminologie en verwijzingen in de overige hoofdstukken van
de CARUWO aangepast. Dat geldt niet voor dit hoofdstuk; dat
is in ongewijzigde vorm gehandhaafd. E.e.a. betekent dat
voor verwijzingen en de betekenis van gehanteerde begrippen
in dit hoofdstuk, de CARUWO van vóór 1 januari 2016 moet
worden geraadpleegd.
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de ambtenaar
die is ontslagen met ingang van 1 januari 2001 of later.
(Zie ook artikel 10:29 lid 1)
**1.** In dit hoofdstuk wordt verstaan onder 'betrokkene':
de gewezen ambtenaar aan wie op grond van artikel 8:4 of
artikel 8:5 van deze regeling ontslag is verleend uit
een betrekking:
waarin hij vast was aangesteld;
waarin hij tijdelijk was aangesteld, mits die
aanstelling ten minste vijf jaren heeft geduurd en
niet is geschied in een betrekking van kennelijk
tijdelijke aard;
de gewezen ambtenaar aan wie op grond van artikel 8:6 of
artikel 8:8 van deze regeling ontslag is verleend,
tenzij toepassing is gegeven aan het bepaalde in artikel
8:6, tweede lid, respectievelijk artikel 8:8, tweede
lid.
**2.** Onder betrokkene wordt mede verstaan de gewezen ambtenaar,
bedoeld in het eerste lid, die zelf ontslag heeft gevraagd nadat
het voornemen, hem op grond van artikel 8:4 of 8:5 van deze
regeling ontslag te verlenen, hem schriftelijk is
medegedeeld.