Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de ambtenaar die is
ontslagen met ingang van 1 januari 2001 of later. (Zie ook
artikel 10:29 lid 1)
Indien de betrokkene binnen drie maanden na het ontslag waaraan hij
het recht op wachtgeld ontleent bij de gemeente te wier laste het
wachtgeld komt een naar de aard van de werkzaamheden overeenkomstige
betrekking gaat vervullen als die waaruit hem het ontslag is
verleend, wordt de duur van die betrekking aan de op grond van de
artikelen 10:7 en 10:8 vastgestelde duur van het wachtgeld
toegevoegd.