Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de ambtenaar
die is ontslagen met ingang van 1 januari 2001 of later.
(Zie ook artikel 10:29 lid 1)
**1.** Het wachtgeld kan geheel of gedeeltelijk vervallen worden
verklaard:
Indien de betrokkene de opgave bedoeld in artikel 10:16,
eerste en tweede lid, nalaat dan wel onjuist of
onvolledig doet;
indien de betrokkene enig op grond van artikel 10:12,
tweede, derde of vijfde lid gegeven voorschrift niet
nakomt, tenzij hem hiervan redelijkerwijs geen verwijt
kan worden gemaakt;
indien de betrokkene zich zonder toestemming van het
college in het buitenland vestigt of geacht moet worden
aldaar duurzaam te verblijven;
indien betrokkene niet voldoet aan de verplichtingen die
bij of krachtens artikel 10:13, eerste en tweede lid
zijn gesteld;
indien de betrokkene zich zodanig gedraagt dat hem
ontslag zou zijn verleend als hij in dienst was
gebleven;
indien achteraf blijkt, dat vóór het aan de betrokkene
verleende ontslag zich feiten en/of omstandigheden
hebben voorgedaan, die zo deze eerder bekend waren
aanleiding zouden hebben gevormd hem als ambtenaar met
toepassing van artikel 8:13 ontslag te verlenen.
**2.** Indien de betrokkene de verplichting, bedoeld in artikel 10:12,
eerste lid, niet nakomt, vervalt het wachtgeld voor het gedeelte
waarmede het, tezamen met de verzuimde of verloren gegane
inkomsten, de bezoldiging te boven zou zijn gegaan.
**3.** Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige
toepassing op de ambtenaar bedoeld in artikel 10:12, zesde lid,
aan wie in dat geval een op soortgelijke wijze berekend lager
wachtgeld wordt toegekend.
**4.** Het bepaalde in dit artikel is niet van kracht indien het niet
nakomen van voorschriften, het weigeren of geen gebruik maken
van inkomsten geschiedt tijdens een staking of uitsluiting,
behoudens het geval dat het naar het oordeel van het college
noodzakelijk is dat de ambtenaar werkzaamheden verricht ter
vervanging van stakers of uitgeslotenen of om werknemers
behulpzaam te zijn, zulks met het oog op de openbare veiligheid
of gezondheid of voor de regelmatige functionering van de
openbare dienst.