Hoofdstuk 11 is niet van toepassing op de ambtenaar of
arbeidscontractant die ontslagen is met ingang van 1 januari
2001 of later. (Zie ook artikel 11:32 lid 1.)
**1.** Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de betrokkene,
bedoeld in artikel 11:6 wordt aan de nagelaten echtgenoot of
geregistreerde partner een bedrag uitgekeerd gelijk aan de
bezoldiging als bedoeld in artikel 11:5 over een tijdvak van
drie maanden. Laat de overledene geen echtgenoot of
geregistreerde partner na dan geschiedt de uitkering ten behoeve
van zijn minderjarige wettige of natuurlijke kinderen dan wel
minderjarige pleegkinderen. Ontbreken ook zodanige kinderen dan
geschiedt de uitkering ten behoeve van ouders, broers, zusters
of meerderjarige kinderen van wie de overledene kostwinner
was.
**2.** Indien ter zake van zijn overlijden aan de in het eerste lid
bedoelde betrekkingen een bedrag wordt toegekend uit hoofde van
een door de overledene vervulde andere betrekking, ten gevolge
waarvan op de uitkering een vermindering werd toegepast op grond
van artikel 11:13, wordt een bedrag uitgekeerd gelijk aan de
verminderde uitkering over een tijdvak van drie maanden, voor
zover nodig aangevuld, zodanig dat de som van beide bedragen
gelijk is aan het bedrag, bedoeld in het eerste lid.
**3.** Indien de overledene geen betrekkingen bedoeld in het eerste
lid nalaat, kan het bedrag van de uitkering geheel of ten dele
worden aangewend voor de betaling van de kosten van de laatste
ziekte of van de lijkbezorging als de nalatenschap van de
overledene daartoe ontoereikend is.
**4.** Op de uitkering als bedoeld in dit artikel wordt in mindering
gebracht het bedrag van de uitkering waarop de nagelaten
betrekkingen van de gewezen ambtenaar ter zake van diens
overlijden aanspraak kunnen maken uit hoofde van een bepaling in
een gemeentelijke rechtspositieregeling, dan wel krachtens enig
wettelijk voorgeschreven verzekering tegen ziekte,
arbeidsongeschiktheid of onvrijwillige werkloosheid.