Hoofdstuk 11 is niet van toepassing op de ambtenaar of
arbeidscontractant die ontslagen is met ingang van 1 januari
2001 of later. (Zie ook artikel 11:32 lid 1.)
**1.** In dit hoofdstuk wordt verstaan onder 'diensttijd': de aan het
in artikel 11:1, eerste lid, bedoelde ontslag voorafgaande in
overheidsdienst doorgebrachte tijd waaraan het ambtenaarschap in
de zin van de Wet privatisering ABP is verbonden, alsmede tijd
die door inkoop of door een verzoek, bedoeld in artikel D 2 van
de pensioenwet, voor pensioen geldig zou zijn verklaard.
**2.** Onder diensttijd bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan
de tijd doorgebracht in de betrekking waaruit het ontslag,
bedoeld in artikel 11:1, is verleend, indien aan die tijd op
grond van de Regeling beperking van het zijn van
overheidswerknemer in de zin van de wet Privatisering ABP (Stc.
1997, 164) het ambtenaarschap in de zin van evengenoemde
regeling niet is verbonden.
**3.** In afwijking van het bepaalde in het eerste en het tweede lid
blijft buiten beschouwing:
diensttijd liggende vóór een onderbreking van meer dan
een maand daarvan wegens verleend ontslag;
diensttijd welke in aanmerking is genomen bij de
berekening van de duur van een eerder toegekend
wachtgeld of een daarmede gelijk te stellen uitkering
wegens onvrijwillige werkloosheid ten laste van de
overheid, behalve voor de toepassing van artikel 11:8,
vierde lid;
diensttijd welke in aanmerking is genomen bij de
berekening van een pensioen krachtens het
pensioenreglement dan wel voorafgaat aan een ontslag
verleend op grond van artikel 8:3 van deze regeling of
een soortgelijke bepaling in een andere
overheidsregeling;
tijd als bedoeld in artikel 5.4 van het
pensioenreglement;
tijd in een aangehouden betrekking, dan wel tijd in een
betrekking welke de betrokkene had kunnen aanhouden,
doch uit welke hij vrijwillig ontslag heeft genomen met
ingang van de datum waarop de uitkering ingaat.
**4.** Indien en voor zover diensttijd die bij de berekening van een
uitkering in aanmerking is genomen, met een overheidspensioen,
anders dan ten laste van de Stichting Pensioenfonds ABP wordt
vergolden, worden de duur en het bedrag van de uitkering, met
ingang van de dag waarop dit pensioen is ingegaan, herberekend,
waarbij die diensttijd buiten beschouwing wordt gelaten.