**1.** De ambtenaar die in contact staat of kort geleden gestaan heeft
met een persoon, die een ziekte heeft, waarvoor ingevolge het
krachtens de Wet publieke gezondheid bepaalde een nominatieve
aangifteplicht geldt, mag zijn functie niet vervullen en heeft
geen toegang tot de dienstgebouwen, -lokalen en -terreinen voor
zolang de hoofdinspecteur of de inspecteur van het
staatstoezicht op de volksgezondheid niet heeft verklaard, dat
hij het gevaar voor overbrenging van een infectieziekte, of het
gevaar dat hij verdacht moet worden te lijden aan zodanige
ziekte, geweken acht.
**2.** De ambtenaar die verkeert in de in het vorige lid omschreven
situatie, is verplicht daarvan ten spoedigste kennis te geven
aan het college. Hij is gehouden zich te gedragen naar de door
of vanwege het college gegeven aanwijzingen, waaronder die met
betrekking tot het ondergaan van een geneeskundig
onderzoek.
**3.** De ambtenaar geniet over de tijd, gedurende welke het hem
overeenkomstig het bepaalde in dit artikel verboden is zijn
functie te vervullen, zijn volledige salaris en de toegekende
salaristoelage(n).