De betrokkene aan wie voor 1 juli 2004 een tegemoetkoming
woon-werkverkeer op grond van artikel 18:1:7, vierde lid zoals dat
luidde voor 1 juli 2004, is toegekend, heeft gedurende de periode
van maximaal twee jaar, welke ingaat op het moment van toekenning,
recht op een tegemoetkoming woon-werkverkeer conform de
vergoedingssystematiek zoals die gold voor 1 juli 2004. Indien de
vergoedingssystematiek zoals die geldt vanaf 1 juli 2004 financieel
voordeliger is voor deze betrokkene, dan heeft hij recht op een
tegemoetkoming conform de laatstgenoemde vergoedingssystematiek.
Indien de medewerker gehoor heeft gegeven aan de verhuisplicht, dan
vervalt de tegemoetkoming woon-werkverkeer.