**1.** De betrokkene, die in opdracht van het bevoegde gezag, anders
dan in verband met een verplaatsing of indiensttreding, een
dienstwoning betrekt of verlaat, wordt een tegemoetkoming in
verhuiskosten verleend.
**2.** Indien het verlaten van een dienstwoning samenhangt met een
ontslag op verzoek anders dan een ontslag op verzoek met recht
op uitkering voor vervroegd uittreden, of met een ontslag als
gevolg van aan betrokkene te wijten feiten of omstandigheden en
het ontslag niet ingaat binnen twee jaren nadat de dienstwoning
is betrokken, kan een gedeeltelijke tegemoetkoming in
verhuiskosten worden verleend.
**3.** Indien het verlaten van een dienstwoning verband houdt met het
overlijden van de betrokkene, wordt een tegemoetkoming in
verhuiskosten verleend aan de nagelaten gezinsleden.
**4.** Bij toepassing van het tweede en derde lid wordt een vergoeding
in de verhuiskosten, bedoeld in artikel 18:1:5, eerste lid,
verleend, met dien verstande dat deze vergoeding niet meer
bedraagt dan die waarop aanspraak zou bestaan bij verhuizing
binnen het woongebied.