**1.** De vakantietoelage, bedoeld in artikel 6:3, wordt eenmaal per
kalenderjaar uitbetaald over de periode van 12 maanden,
beginnende met de maand juni van het voorafgaande kalenderjaar.
In afwijking van het bepaalde in de vorige zin vindt uitbetaling
ook plaats bij ontslag van de ambtenaar.
**2.** Artikel 6:3, alsmede het eerste lid van dit artikel zijn
niet van toepassing op de ambtenaar, die in werkelijke
dienst is of te werk is gesteld in de zin van artikel 9
van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst;
Aan de ambtenaar die ingevolge wettelijke verplichting
anders dan voor herhalingsoefeningen als militair in
werkelijke dienst is, of te werk is gesteld in de zin
van artikel 9 van de Wet gewetensbezwaren militaire
dienst en die vervangende dienst gedurende negen maanden
heeft vervuld, wordt een bedrag uitgekeerd, dat gelijk
is aan het verschil tussen het bedrag, dat hij als
vakantie-uitkering uit hoofde van zijn militaire dienst
of tewerkstelling in de zin van de Wet gewetensbezwaren
militaire dienst ontvangt en het bedrag aan
vakantietoelage - mits dit hoger is - dat hij zou hebben
ontvangen indien de voorgaande leden op hem van
toepassing zouden zijn en de toelage zou zijn berekend
op basis van de volle aan zijn betrekking verbonden
bezoldiging.
**3.** Bij de toepassing van dit artikel wordt in acht genomen dat de
tijd gedurende welke bij wijze van disciplinaire straf of uit
hoofde van schorsing een gedeelte van het salaris en de
toegekende salaristoelagen wordt ingehouden buiten beschouwing
wordt gelaten, indien en voorzover dat bij de strafoplegging of
schorsing is bepaald. Artikel 8:15:2, vierde en vijfde lid, is
van overeenkomstige toepassing.
**4.** Met betrekking tot de uitvoering van dit artikel kan het college
nadere regels stellen.