Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van:
verlies van een vereiste bij de aanstelling door het
bestuursorgaan gesteld, tenzij het vereiste alleen bij
aanvaarding van de functie geldt;
aangaan van een graad van zwagerschap die de aanstelling in
de functie zou uitsluiten;
staat van curatele krachtens onherroepelijk geworden
rechterlijke uitspraak;
toepassing van lijfsdwang wegens schulden krachtens
onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak;
onherroepelijk geworden veroordeling tot vrijheidsstraf
wegens misdrijf;
het verstrekken van onjuiste gegevens in verband met
indiensttreding, tenzij hem daarvan redelijkerwijs geen
verwijt kan worden gemaakt.