** 1 .** De ambtenaar die op grond van artikel 9b:4, eerste lid,
gedeeltelijk doorbetaald volledig buitengewoon verlof geniet dan
wel die heeft gekozen voor artikel 9b:4, eerste lid, onderdeel a
of b, wordt vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand
waarin hij de leeftijd van 59 jaar bereikt volledig buitengewoon
verlof verleend voor een periode van 3 jaar, tegen doorbetaling
van 70% van de voor de ambtenaar geldende bezoldiging.
**2.** In afwijking van het eerste lid, gaat het volledig buitengewoon
verlof, bedoeld in het eerste lid, in vanaf de eerste dag van de
maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 60 jaar
bereikt, wanneer het college op 31 december 2005 op grond van
artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een leeftijdsgrens had
vastgesteld van 60 jaar.
**3.** Het volledig buitengewoon verlof wordt uitgesteld met die
periode, waarmee de keuze van de ambtenaar, die gebruik heeft
gemaakt van het vijfde lid van artikel 9b:4, later is ingegaan.
**4.** Voor zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar,
wanneer het college op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde
op 31 december 2005, een leeftijdsgrens had vastgesteld van 59 of 60
jaar, het onbezoldigd volledig verlof later laten ingaan,
telkens met een periode van een jaar. Voorwaarde hierbij is dat
de ambtenaar medisch geschikt is om door te werken in de
bezwarende functie.
**5.** De ambtenaar die van het vierde lid gebruik wil maken, moet het
college uiterlijk zes kalendermaanden voor de beoogde
ingangsdatum daartoe verzoeken.
**6.** Indien de ambtenaar uittreedt uit een bezwarende functie voor
aanvang van het volledig buitengewoon verlof dan heeft de
ambtenaar bij uittreden recht op volledig buitengewoon verlof
als bedoeld in het eerste lid.
**7.** Wanneer sprake is van een overstap van de ene bezwarende oud
FLO-functie naar een andere bezwarende oud FLO-functie, als
bedoeld in artikel 9b:1, tweede lid, waarbij het overgangsrecht
voortgezet wordt, dan is het zesde lid niet van toepassing en
behoudt de ambtenaar de rechten op grond van het eerste tot en
met vijfde lid.