Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 30

Computer en internetverbinding

Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2006, laatst gewijzigd 10 maart 2014

1.. Op aanvraag stelt het college het burgerraadslid ten laste van de gemeente voor de uitoefening van het commissielidmaatschap een computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking. 2.. Indien geen computer, bijbehorende apparatuur en software ter beschikking is gesteld, verleent het college burgerraadslid op aanvraag voor de uitoefening van het raadslidmaatschap een tegemoetkoming voor: aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software, of gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en software. 3.. Voor zover er sprake is van: een belastingheffing in verband met een ten laste van de gemeente ter beschikking gestelde computer, bijbehorende apparatuur en software als bedoeld in het eerste lid; een tegemoetkoming voor de aanschaf of het gebruik van de eigen computer, bijbehorende apparatuur en software als bedoeld in het tweede lid, ontvangt het burgerraadslid ten laste van de gemeente op aanvraag per jaar een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde daarvan voor een periode van maximaal drie jaar. Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de aanschafwaarde van de computer, bijbehorende apparatuur en software welke het college aan raadsleden in bruikleen ter beschikking stelt. 4.. Op aanvraag vergoedt het college het burgerraadslid de aanleg- en abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in het eerste of tweede lid genoemde computerapparatuur. 5.. Het burgerraadslid ondertekent voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst met de gemeente. 6.. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 7.. In overleg met het seniorenconvent regelt het college de uitvoering van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel