Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II › Paragraaf 2

Artikel 2.2.2

Verbod stoffen aanwezig te hebben

Onderdeel van Brandbeveiligingsverordening

Het is verboden stoffen als bedoeld in de Regeling bouwbesluit brandveiligheid (Stcrt. 1992, nr. 104), alsmede artikel II van de Regeling tot wijziging (Stcrt. 1992, nr. 188) in, op of nabij een inrichting aanwezig te hebben. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: het voorhanden hebben voor huishoudelijke en al het andere niet-bedrijfsmatige gebruik van de in het eerste lid bedoelde stoffen, indien dit de in bijlage 5 van de bouwverordening aangegeven maximum hoeveelheden niet overschrijdt; het voorhanden hebben van de in het eerste lid bedoelde stoffen in een inrichting waarvoor een vergunning overeenkomstig artikel 2.1.1. is verleend; de brandstof in een inrichting tot het bewaren, bezigen of afleveren van vloeibare brandstoffen, die voldoet aan de eisen gesteld bij of krachtens de Besluit opslag in ondergrondse tanks in het kader van de Wet milieubeheer; de brandstof in het reservoir bij een verbrandingsmotor; de brandstof in een verlichtings-, een verwarmings- of een ander warmte-ontwikkelend toestel. Bij het bepalen van de hoeveelheden als bedoeld in het tweede lid, onder a, worden de inhoudsmaten van vaatwerk dat gedeeltelijk is gevuld met een vloeistof als bedoeld in dat lid volledig meege­rekend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel