Afval dat ontstaat door sloopwerkzaamheden waarvoor geen vergunning
krachtens artikel 8.1.1, noch een melding krachtens artikel 8.2.1 is
vereist, dient ten minste te worden gescheiden in de navolgende fracties:
de als gevaarlijk aangeduide afvalstoffen van hoofdstuk 17 van de Afvalstoffenlijst behorende bij de Regeling Europese afvalstoffenlijst (EURAL; Stcr. 17 augustus 2001, nr. 159, blz.9);
steenachtig sloopafval, met uitzondering van gips;
bitumineuze en teerhoudende dakbedekking;
met PAKS verontreinigde materialen;
asfalt;
dakgrind;
overig afval.
Het sloopafval, bedoeld in het voorgaande lid, moet worden afgevoerd: a naar een inrichting die bevoegd is deze afvalstoffen ter sortering of ter verwerking te ontvangen; of b naar een depot voor tijdelijke opslag of overslag dat bevoegd is deze afvalstoffen te ontvangen; of c naar een stortplaats, voorzover het niet-herbruikbaar materiaal betreft en voorzover de ontdoener gerechtigd is een merkteken te voeren op grond van de Regeling merkteken niet-herbruikbaar bouw- en sloopafval (Stcrt. 246, 19 december 1996).
Hoofdstuk 8 › Paragraaf 4
Artikel 8.4.1
Sloopafval algemeen
Onderdeel van Bouwverordening 2010 van de gemeente Alblasserdam