Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.0

Regels rond verstrekking en verantwoording

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Apeldoorn 2011

1.. Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager. 2.. Verstrekking van een budget als bedoeld in het eerste lid vindt niet plaats indien: de voorziening een vervoerspas voor het collectief vraagafhankelijk vervoer betreft; er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de aanvrager zonder hulp niet in staat is tot een verantwoorde besteding van het persoonsgebonden budget en (professionele) hulp niet beschikbaar is; er sprake is van de verstrekking van een voorziening voor huishoudelijke verzorging bij een hulpvraag die naar verwachting niet langer zal duren dan drie maanden; uit onderzoek is gebleken dat de aanvrager een eerder ontvangen persoonsgebonden budget niet in overeenstemming met het doel en/of bestemming heeft ingezet; de voorziening bestaat uit een herplaatsbare losse woonunit. 3.. Tot maximaal vijf jaar na uitbetaling van het persoonsgebonden budget voor huishoudelijke verzorging, moet de budgethouder rekening houden met controle door het college naar de besteding van het persoonsgebonden budget en moet de budgethouder hiervoor van belang zijnde stukken beschikbaar houden. 4.. Het persoonsgebonden budget voor een eenmalige voorziening wordt door de budgethouder na aanschaf van of besteding aan de voorziening aan het college verantwoord. 5.. Voor zover het een persoonsgebonden budget voor een periodieke voorziening betreft, controleert het college steekproefsgewijs. 6.. Na de in het vierde en vijfde lid genoemde controle wordt door het college beoordeeld of er aanleiding bestaat het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk terug te vorderen of te verrekenen.

Rechtspraak bij dit artikel