**1..** De alleenstaande en de alleenstaande ouder ontvangt een toeslag op de toepasselijke norm wanneer hij de algemeen noodzakelijke kosten van bestaan niet of niet geheel kan delen met een ander.
**2..** Van het niet kunnen delen is in ieder geval sprake wanneer uitsluitend inwonen één of meer inwonende kinderen van 18 jaar en ouder die een in aanmerking te nemen inkomen hebben van ten hoogste het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor hoger onderwijs, genoemd in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000.
**3..** Artikel 4 lid 1 en 2 hebben geen toepassing op de WWB gerechtigde die bedoeld worden onder artikel 3 van deze verordening.