Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II › Afdeling 4

Artikel 10

Geldlening

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2011

1. De duur van de aflossing wordt op 36 maanden en de aflossingsbedragen op 6% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm of inkomensvoorzieningsnorm gesteld, verhoogd met de maximale gemeentelijke toeslag. 2. Bij vaststelling kan mede rekening gehouden worden met de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende. 3. Bij vaststelling van de aflossingsbedragen en de duur van de aflossing wordt ook rekening gehouden met het betoonde besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. 4. Een vastgestelde aflossingsperiode en/of aflossingsbedrag kan herzien worden, indien een wijziging in de omstandigheden, mogelijkheden of middelen van de belanghebbende daartoe aanleiding geeft.

Rechtspraak bij dit artikel