1. Burgemeester en wethouders zijn belast met de uitvoering van het bepaalde in de artikelen 2 tot en met 19 van de beleidsregels. 2. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het nemen van beslissingen op aanvragen om bijzondere bijstand, alsmede de aanpassing van reeds verleende bijstand aan gewijzigde omstandigheden en de nadere uitwerking van een genomen beslissing inzake het verlenen van bijzondere bijstand op te dragen aan door hen daartoe aangewezen ambtenaren, zulks onder nader door burgemeester en wethouders te stellen regels en onder behoud van hun verantwoordelijkheid.