Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 25

Subsidieverlening en subsidievaststelling

Onderdeel van Algemene Subsidieverordening voor professionele instellingen 2003

1.. De subsidieverlening geschiedt in beginsel door de gemeenteraad. 2.. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot verlening en vaststelling van subsidie, alsmede tot wijziging of intrekking van genomen besluiten, indien: het gevraagde subsidie een bedrag van € 10.000,00 niet te boven gaat; of het college daartoe bij de vaststelling of de herziening van de gemeentebegroting dan wel anderszins krachtens delegatie of mandaat bevoegd is verklaard. Het college van burgemeester en wethouders maakt van deze bevoegdheid als volgt gebruik: als het gaat om een subsidie tot € 2.500,00 zonder mededeling aan de commissie; als het gaat om een subsidie tussen € 2.500,00 en € 5.000,00 met mededeling aan de commissie; als het gaat om een subsidie tussen € 5.000,00 en € 10.000,00 na advies van de commissie. 3.. Uiterlijk twaalf weken na het indienen van de aanvraag wordt daarop beslist. 4.. Het college van burgemeester en wethouders maakt de beslissing uiterlijk binnen vier weken nadat deze is genomen aan de instelling bekend. 5.. In de beslissing wordt aangegeven welk bedrag voor welke activiteiten ter beschikking wordt gesteld en voor welke periode. 6.. Bij projectsubsidies vindt vaststelling van het subsidie plaats op basis van de werkelijke kosten, voorzover deze van tevoren subsidiabel zijn verklaard. 7.. Een projectsubsidie kan maximaal voor een periode van 4 jaar worden toegekend.

Rechtspraak bij dit artikel