**1..** De subsidieverlening geschiedt in beginsel door de gemeenteraad.
**2..** Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot verlening en vaststelling van subsidie, alsmede tot wijziging of intrekking van genomen besluiten, indien:
het gevraagde subsidie een bedrag van € 10.000,00 niet te boven gaat;
het college daartoe bij de vaststelling of de herziening van de gemeentebegroting dan wel anderszins krachtens delegatie of mandaat bevoegd is verklaard.
Het college van burgemeester en wethouders maakt van deze bevoegdheid als volgt gebruik:
als het gaat om een subsidie tot € 2.500,00 zonder mededeling aan de commissie;
als het gaat om een subsidie tussen € 2.500,00 en € 5.000,00 met mededeling aan de commissie;
als het gaat om een subsidie tussen € 5.000,00 en € 10.000,00 na advies van de commissie.
**3..** Uiterlijk twaalf weken na het indienen van de aanvraag wordt daarop beslist.
**4..** Het college van burgemeester en wethouders maakt de beslissing uiterlijk binnen vier weken nadat deze is genomen aan de instelling bekend.
**5..** Aan de toekenning van een investeringssubsidie zijn in ieder geval de volgende voorwaarden verbonden:
de accommodatie mag zonder de toestemming van het college niet worden vervreemd, verhuurd, met hypotheek of andere zakelijke rechten bezwaard;
de instelling is verplicht een verzekering tegen brand- en stormschade af te sluiten op basis van de herbouwwaarde van de accommodatie.
**6..** Na realisatie van de investering, dient de instelling binnen een door burgemeester en wethouders te bepalen termijn een financiële en inhoudelijke verantwoording in te dienen.
**7..** Bij investeringssubsidies vindt vaststelling van het subsidie plaats op basis van de werkelijke kosten, voorzover deze van tevoren subsidiabel zijn verklaard.
Hoofdstuk 6
Artikel 29
Subsidieverlening en subsidievaststelling
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening voor professionele instellingen 2003