Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Subsidieaanvraag

Onderdeel van Algemene Subsidieverordening voor professionele instellingen 2003

1.. Een aanvraag voor subsidie moet worden ingediend vóór 1 april van het jaar voorafgaande aan het jaar ten behoeve waarvan subsidie wordt gevraagd, tenzij bij wettelijk voorschrift of beleidsregels anders is bepaald. 2.. Bij indiening van de in het eerste lid bedoelde aanvraag dienen in ieder geval overgelegd te worden: het activiteitenplan; een gespecificeerde opgave van het bedrag dat de instelling denkt nodig te hebben voor het uitvoeren van de in het activiteitenplan opgenomen activiteiten (begroting): een plan, waarin aangegeven wordt welke reserves en voorzieningen volgens de instelling nodig zijn, voor welke doeleinden deze moeten dienen en tot welk bedrag zij deze wenst te vormen; de balans van het voorafgaande jaar met een toelichting daarop. 3.. Voorzover de aanvrager voor dezelfde activiteiten tevens subsidie heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, doet de aanvrager daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen. 4.. Burgemeester en wethouders kunnen modellen of richtlijnen vaststellen voor de stukken, zoals bedoeld in het tweede lid. Burgemeester en wethouders kunnen ter zake beleidsregels vaststellen. 5.. Bij een eerste subsidieaanvraag legt de instelling tevens over: een afschrift van de statuten van de instelling; een beschrijving van de organisatievorm en van de doelstelling; een opgave van de bestuurssamenstelling. 6.. Een wijziging van de statuten wordt ter kennisneming gebracht van burgemeester en wethouders. 7.. Indien een aanvraag niet tijdig is ingediend, kan het gemeentebestuur besluiten deze buiten behandeling te laten. Voorafgaande aan het besluit wordt de aanvrager daarover gehoord.

Rechtspraak bij dit artikel