De in artikel 5.2 lid 1 onder b, c en f, met uitzondering van de rolstoeltaxi, genoemde voorzieningen worden niet toegekend indien het (gezamenlijk) inkomen van de persoon met beperkingen zoals bedoeld in artikel 1.1. eerste lid sub w van de verordening, meer bedraagt dan anderhalf maal de in artikel 4.1. lid 1 van het (landelijk) Besluit maatschappelijke ondersteuning genoemde toepasselijke inkomensgrenzen.
Een persoon met beperkingen kan eerst dan voor een voorziening genoemd in artikel 5.2 lid 1 onder d, g, h en i in aanmerking worden gebracht indien er sprake is van een uiterst beperkte mobiliteit.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.4
Beperkingen en weigeringsgronden
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen Wmo Veldhoven 2011