Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2:

Artikel 10

- De hoogte en duur van de maatregel bij een eerste verwijtbare gedraging

Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ

1.. De maatregel wordt vastgesteld : op een bedrag gelijk aan van vijf procent van de netto grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie; op een bedrag gelijk aan tien procent van de netto grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie; op een bedrag gelijk aan twintig procent van de netto grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie; op een bedrag gelijk aan honderd procent van de netto grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de vierde categorie. HOOFDSTUK 3: HET NIET-TIJDIG, ONVOLDOENDE DAN WEL NIET-NAKOMEN VAN DE INLICHTINGENPLICHT Artikel 11 - Te laat verstrekken van gegevens Indien een belanghebbende de inlichtingenverplichting op grond van artikel 13 van de IOAW en artikel 13 van de IOAZ of artikel 30 c tweede of derde lid Wet Suwi niet is nagekomen door informatie die van belang is voor de verlening van uitkering of de voortzetting daarvan niet binnen de door het college daartoe gestelde termijn te verstrekken, wordt ten eerste een termijn gegeven van 5 werkdagen om de inlichtingen alsnog te verstrekken. Is de informatie na het verstrijken van de 5 werkdagen niet gegeven dan wordt, met toepassing van artikel 17 IOAW of artikel 17 IOAZ, het recht op uitkering opgeschort en een maatregel opgelegd en vastgesteld op een bedrag gelijk aan 10 % van de netto grondslag gedurende één maand, onverminderd artikel 2 derde lid van deze verordening. In afwijking van het eerste lid kan het college, indien het te laat verstrekken van gegevens niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen uitkering, afzien van het opleggen van een maatregel en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het te laat verstrekken van gegevens heeft plaatsgevonden binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven. Artikel 12 - Het niet verstrekken of het verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen met gevolgen voor de uitkering. Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 13 IOAW en artikel 13 IOAZ, of artikel 30c, tweede of derde lid Wet SUWI heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen uitkering, wordt de maatregel afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag. Onverminderd artikel 2 derde lid van deze verordening, wordt de maatregel op de volgende wijze vastgesteld: bij een benadelingsbedrag tot € 1000,- : een bedrag gelijk aan 10% van de netto grondslag gedurende één maand; bij een benadelingsbedrag van € 1000,- tot € 2000,-: een bedrag gelijk aan 20% van de netto grondslag gedurende één maand; bij een benadelingsbedrag van € 2000,- tot € 4000,-: een bedrag gelijk aan 40% van de netto grondslag gedurende één maand; bij een benadelingsbedrag van € 4000,- tot het bedrag van de aangiftegrens van de Richtlijn voor strafvordering sociale zekerheidsfraude: een bedrag gelijk aan 100% van de netto grondslag gedurende één maand. De hoogte van het maatregelbedrag van lid 2 sub a is maximaal het benadelingsbedrag. Van een maatregel wordt afgezien: zodra ter zake van de gedraging strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen; zodra het recht tot strafvervolging is vervallen, doordat het Openbaar Ministerie een schikking met belanghebbende heeft getroffen. Artikel 13 - Het niet verstrekken of het verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen zonder gevolgen voor de uitkering. Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht, als bedoeld in artikel 13 IOAW of IOAZ, niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, bedraagt de maatregel, onverminderd artikel 2 derde lid van deze verordening, een bedrag gelijk aan tien procent van de netto grondslag gedurende een maand. In afwijking van het eerste lid kan het college, indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenverplichting niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, afzien van het opleggen van een maatregel en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting heeft plaatsgevonden binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven. HOOFDSTUK 4: ZEER ERNSTIGE MISDRAGINGEN Artikel 14 - Vormen van agressie Indien belanghebbende zich tegenover het college of zijn ambtenaren zeer ernstig misdraagt als bedoeld in artikel 20 tweede lid IOAW of artikel 20 eerste lid IOAZ, wordt een maatregel opgelegd. Bij zeer ernstige misdragingen kan onderscheid gemaakt worden in: Het toebrengen van letsel aan personen en / of schade aan goederen of een poging daartoe middels fysiek geweld in de vorm van duwen, trekken, schoppen, slaan, gooien met voorwerpen, spugen. Het bedreigen van een medewerker met fysiek geweld, waaronder begrepen het hiertoe aanstalten maken. Het uitschelden van een medewerker. Artikel 15 - Hoogte en duur van de maatregel bij zeer ernstige misdragingen De hoogte van de maatregel bij art. 14, tweede lid, onderdeel a bedraagt een bedrag gelijk aan 100 % van de netto grondslag gedurende één maand. De hoogte van de maatregel bij art. 14, tweede lid, onderdeel b bedraagt een bedrag gelijk aan 50 % van de netto grondslag gedurende één maand. De hoogte van de maatregel bij art. 14, tweede lid, onderdeel c bedraagt een bedrag gelijk aan 20 % van de netto grondslag gedurende één maand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel