**1..** De duur van een maatregel als bedoeld in artikel 2, tweede lid van
deze verordening wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich
binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een
maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare
gedraging van dezelfde of hogere categorie dan wel met een zelfde of
een hoger benadelingsbedrag, zoals bedoeld in Hoofdstuk 2, 3 en 4
van deze verordening. Met een besluit waarmee een maatregel is
opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op
grond van dringende redenen als bedoeld in artikel 4 tweede lid van
deze verordening.
**2..** Indien een belanghebbende zich, na een besluit als bedoeld in het
eerste lid, wederom schuldig maakt aan verwijtbare gedragingen van
dezelfde of een hogere categorie dan wel met eenzelfde of een hoger
benadelingsbedrag, zoals bedoeld in Hoofdstuk 2, 3 en 4 van deze
verordening, én die plaatsvinden binnen een periode van 12 maanden
na het laatste maatregel-recidivebesluit, kan het college al
individualiserend de hoogte en de duur van de op te leggen maatregel
vaststellen.
**3..** Indien een belanghebbende zich schuldig maakt aan verschillende
gelijksoortige dan wel ongelijksoortige, verwijtbare gedragingen
zoals genoemd in artikel 2 van deze verordening en die
tegelijkertijd of binnen een korte periode van maximaal twee maanden
plaatsvinden, kan het college al individualiserend de hoogte en de
duur van de op te leggen maatregel vaststellen.
**4..** Bij de beoordeling van de hoogte en de duur van een
geïndividualiseerde maatregel houdt het college nadrukkelijk
rekening met het benadelingsbedrag dat redelijkerwijs als gevolg
toegerekend kan worden aan het verwijtbaar handelen of nalaten van
een belanghebbende.
HOOFDSTUK 1:
Artikel 8
- Recidive, samenloop en geïndividualiseerde maatregeloplegging.
Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ