Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1:

Artikel 8

- Recidive, samenloop en geïndividualiseerde maatregeloplegging.

Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ

1.. De duur van een maatregel als bedoeld in artikel 2, tweede lid van deze verordening wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie dan wel met een zelfde of een hoger benadelingsbedrag, zoals bedoeld in Hoofdstuk 2, 3 en 4 van deze verordening. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen als bedoeld in artikel 4 tweede lid van deze verordening. 2.. Indien een belanghebbende zich, na een besluit als bedoeld in het eerste lid, wederom schuldig maakt aan verwijtbare gedragingen van dezelfde of een hogere categorie dan wel met eenzelfde of een hoger benadelingsbedrag, zoals bedoeld in Hoofdstuk 2, 3 en 4 van deze verordening, én die plaatsvinden binnen een periode van 12 maanden na het laatste maatregel-recidivebesluit, kan het college al individualiserend de hoogte en de duur van de op te leggen maatregel vaststellen. 3.. Indien een belanghebbende zich schuldig maakt aan verschillende gelijksoortige dan wel ongelijksoortige, verwijtbare gedragingen zoals genoemd in artikel 2 van deze verordening en die tegelijkertijd of binnen een korte periode van maximaal twee maanden plaatsvinden, kan het college al individualiserend de hoogte en de duur van de op te leggen maatregel vaststellen. 4.. Bij de beoordeling van de hoogte en de duur van een geïndividualiseerde maatregel houdt het college nadrukkelijk rekening met het benadelingsbedrag dat redelijkerwijs als gevolg toegerekend kan worden aan het verwijtbaar handelen of nalaten van een belanghebbende.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel