**1..** Een persoonsgebonden budget kan slechts worden verleend indien:
de aanvrager zich, als op grond van deze verordening eerder
een persoonsgebonden budget is verstrekt, gehouden heeft aan
de bij de verstrekking van dat persoonsgebonden budget
opgelegde verplichtingen;
er geen gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de
aanvrager niet in staat is tot een verantwoorde besteding
van het persoonsgebonden budget.
**2..** De budgethouder van het persoonsgebonden budget voor hulp bij het
huishouden voor 4 uur per week of hoger, legt aan het college
verantwoording af omtrent de besteding van het persoonsgebonden
budget conform de regels die genoemd worden in het Besluit Wmo.
**3..** De budgethouder van het persoonsgebonden budget voor een
woonvoorziening, een vervoersvoorziening of een rolstoelvoorziening
overlegt, ter verantwoording omtrent de besteding van het
persoonsgebonden budget, de nota van aankoop.
**4..** De budgethouder deelt het college op verzoek of onverwijld uit eigen
beweging alle feiten en omstandigheden mee waarvan hem
redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn
op de verstrekking van het persoonsgebonden budget.
**5..** De toekenning van het te verstrekken persoonsgebonden budget, de
omvang en de looptijd ervan worden bij beschikking vastgesteld.
**6..** Het college gaat na of het verstrekte persoonsgebonden budget is
besteed aan het doel waarvoor het verstrekt is. De budgethouder is
verplicht de daarvoor noodzakelijke stukken, zoals genoemd in het
Besluit Wmo te verstrekken.
**7..** De wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld en de
wijze van uitbetaling en verantwoording is door het college
vastgelegd in het Besluit Wmo.